Spring naar inhoud

Jaarrekening 2020

1. Balans per 31 december 2020 voor resultaatbestemming

Vaste activa

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Vastgoedbeleggingen 6.1    
DAEB-vastgoed in exploitatie 6.1.1 1.561.464 1.436.858
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.2 121.614 115.326
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.1.3 8.098 7.279
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 6.1.4 16.382 9.264
    1.707.558 1.568.727
Materiële vaste activa 6.2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 6.2.1 2.779 3.050
    2.779 3.050
       
Financiële vaste activa 6.3    
Latente belastingvorderingen 6.3.5 736 725
Overige vorderingen 6.3.9 2 2
    738 727
       
Totaal vaste activa   1.711.075 1.572.504

Vlottende activa

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Voorraden 6.4    
Vastgoed bestemd voor de verkoop 6.4.1 0 0
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 6.4.2 0 312
Overige voorraden 6.4.3 0 0
    0 312
       
Vorderingen 6.5    
Huurdebiteuren 6.5.1 1.320 1.362
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.5.6 6.427 4.173
Overige vorderingen 6.5.7 213 458
Overlopende activa 6.5.8 488 236
    8.448 6.229
Liquide middelen 6.6    
Liquide middelen 6.6 4.009 196
    4.009 196
       
Totaal vlottende activa   12.457 6.737
       
Totaal activa   1.723.532 1.579.241

Passiva

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Eigen Vermogen 6.7    
Herwaarderingsreserve 6.7.1 955.918 863.851
Overige reserves 6.7.2 214.658 233.161
Resultaat boekjaar 6.7.3 134.593 73.564
    1.305.169 1.170.576
       
Voorzieningen 6.8    
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 6.8.1 19.166 46.519
Voorziening latente belastingverplichtingen 6.8.2 0 0
Overige voorzieningen 6.8.7 75 70
    19.241 46.589
       
Langlopende Schulden 6.9    
Schulden/leningen overheid 6.9.1 25 28
Schulden/leningen kredietinstellingen 6.9.2 357.592 328.590
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.9.5 7.899 7.189
Overige schulden 6.9.6 573 520
    366.089 336.327
       
Kortlopende Schulden 6.10    
Schulden aan overheid 6.10.1 386 122
Schulden aan kredietinstellingen 6.10.2 14.299 11.262
Schulden aan leveranciers 6.10.3 5.117 4.723
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.10.6 1.740 1.923
Schulden terzake van pensioenen 6.10.7 0 0
Overige schulden 6.10.8 0 0
Overlopende passiva 6.10.9 11.491 7.719
    33.033 25.749
       
Totaal passiva   1.723.532 1.579.241

2. Winst- en verliesrekening

Winst- en verliesrekening over 2020

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Huuropbrengsten 7.1 72.726 71.326
Opbrengsten servicecontracten 7.2 5.114 4.398
Lasten servicecontracten 7.3 -4.457 -4.706
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 7.5 -5.197 -5.184
Lasten onderhoudsactiviteiten 7.6 -25.624 -25.304
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.7 -11.626 -10.666
Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille   30.936 29.766
       
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling   0 0
Nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 7.8 0 0
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   1.385 1.158
Toegerekende organisatiekosten   -131 -128
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -1.148 -835
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.12 106 195
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.13 5.067 -51.901
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.14 112.512 116.293
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 7.15 109 -9
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   117.688 64.383
       
Opbrengsten overige activiteiten 7.16 246 497
Kosten overige activiteiten 7.17 -207 -292
Nettoresultaat overige activiteiten   39 205
       
Overige organisatiekosten 7.18 -2.659 -2.630
       
Leefbaarheid 7.19 -1.211 -968
       
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 7.20 7 3
Rentelasten en soortgelijke kosten 7.21 -7.578 -7.915
Saldo financiële baten en lasten   -7.571 -7.912
       
Resultaat voor belastingen   137.328 83.039
       
Belastingen 7.22 -2.735 -9.475
       
Resultaat na belastingen   134.593 73.564

3. Kasstroomoverzicht toegelaten instelling

(A) Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Ontvangsten      
Huren 1.1 73.204 71.332
Zelfstandige huurwoningen 1.1.1 en 1.1.2 69.298 67.498
Onzelfstandige wooneenheden 1.1.3 769 534
Overige niet-woongelegenheden 1.1.4 en1.1.5 3.137 3.300
       
Vergoedingen 1.2 4.263 3.852
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 487 491
Renteontvangsten (exclusief interne lening) 1.5 a 0 0
Saldo ingaande kasstromen   77.954 75.675
       
Uitgaven      
Personeelsuitgaven 1.7 -7.827 -7.392
Onderhoudsuitgaven 1.8 -23.181 -22.575
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 -12.116 -14.119
Rente-uitgaven (exclusief interne lening) 1.10 a -7.781 -8.231
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a -57 0
Verhuurderheffing 1.11 b -8.722 -7.879
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investerings-gebonden 1.12 -205 -215
Vennootschapsbelasting 1.13 -5.000 -6.938
Rente uitgaven 1.16 0 0
Saldo uitgaande kasstromen   -64.889 -67.349
       
Kasstroom uit operationele activiteiten   13.065 8.326

(B) (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Vaste Activa ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet-woongelegenheden 2.1 1.987 1.408
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi-periode 2.2 0 551
Verkoopontvangsten grond 2.4 0 0
Tussentelling ingaande kasstroom Vaste Activa   1.987 1.959
       
Vaste Activa uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur, woon- en niet-woongelegenheden 2.6 -11.697 -19.658
Woningverbetering, woon- en niet-woon-gelegenheden 2.7 -29.795 -18.595
Aankoop woon- en niet-woongelegenheden 2.9 -687 -49
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 -485 -1.037
Sloop 2.12 -336 0
Investeringen overig 2.14 -289 -249
Externe kosten bij verkoop 2.15 -47 -31
Tussentelling Vaste Activa uitgaande kasstroom   -43.336 -39.619
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom Vaste Activa 2.16 -41.349 -37.660
       
Financiële Vaste Activa      
Ontvangsten overig 2.17.2 45 -14
Uitgaven overig 2.18.2 0 -3
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 2.19 45 -17
       
Kasstroom uit (des)investeringen   -41.304 -37.677

(C) Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2020 2019
Ingaand      
Nieuwe door WSW geborgde leningen 3.1.1 56.800 42.000
    56.800 42.000
       
Uitgaand      
Aflossing door WSW geborgde leningen 3.2.1 -21.751 -16.456
Aflossing niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB-investeringen 3.2.3 0 0
    -21.751 -16.456
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   35.049 25.544
       
Mutatie liquide middelen kort geld 4.1 2.997 -2.997
Mutatie liquide middelen 4.1 3.813 -810
       
Liquide middelen per 1-1   196 1.006
Liquide middelen per 31-12   4.009 196

4. Algemene toelichting

Activiteiten

Woningcorporatie Woonforte is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn. Zij heeft specifieke toelating in de Regio Holland Rijnland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister
Stichting Woonforte is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Bedrijven te Den Haag/kantoor Leiden onder nummer 28023102 en statutair gevestigd aan de Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn. Het vestigingsadres is eveneens Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn.

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

Woonforte heeft een belang in de volgende verbindingen:

  • Holland Rijnland Wonen te Leiden
  • Woningnet N.V. te Utrecht

Per 1 april 2019 is het contract met Woningnet N.V. beëindigd, vanaf 1 april 2019 wordt gebruik gemaakt van het systeem van ZIG. In verband met de beëindiging van het contract met woningnet N.V., is de noodzaak tot het houden van aandelen komen te vervallen.

Woonforte heeft de mogelijkheid om deze aandelen te verkopen onderzocht om daarmee de verbinding daadwerkelijk te beëindigen. Woonforte is echter afhankelijk van nieuwe kandidaat-aandeelhouders van Woningnet N.V., dan pas komen er mogelijkheden tot overdracht van de aandelen.

Woonforte heeft geen transacties met verbonden partijen verricht en is geen nieuwe verbindingen aangegaan die in strijd zijn met de Woningwet 2015.

Verenigingen van Eigenaars

Met 2.191 appartementen participeert Woonforte als eigenaar in 69 verschillende Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) per ultimo 2020.  In 20 VvE’s heeft Woonforte een meerderheidsbelang in de complexen waarin particuliere eigenaren participeren. De werkzaamheden van deze VvE’s betreffen het beheer van gemeenschappelijke zaken en delen van de appartementsgebouwen.
De jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudplanning in combinatie met de actuele reserve binnen een VvE bepaalt de benodigde onderhoudsreservering per individuele VvE. Deze benodigde onderhoudsreservering bepaalt samen met de jaarlijkse exploitatiekosten de uiteindelijke hoogte van de VvE-bijdrage die door alle gezamenlijke eigenaren jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Deze huidige voorzieningen worden in relatie tot de actuele meerjarenonderhoudplanningen en geprognotiseerde inkomsten binnen de afzonderlijke VvE's voor de middellange termijn grotendeels als toereikend geacht. Op de langere termijn zullen de VvE-bijdragen binnen een deel van de VvE's naar verwachting stijgen.

De regels uit de Woningwet hebben geen impact op de huidige beheerstructuur van de 69 VvE's. Woonforte voert geen beheertaken uit.
Woonforte heeft nog wel een langlopend VB&O (verzekerd beheer en onderhoud) contract voor de VvE Ruimzicht. Het betreft een VvE-dienst en een niet meer toegestaan verzekerd onderhoudsproduct ten behoeve van de VvE in een complex waar Woonforte geen bezit heeft en die contractueel vóór 1 juli 2015 is aangegaan. Op basis van de nieuwe Woningwet mag dit VB&O- contract door de niet-DAEB-tak worden voortgezet tot het contract afloopt. Woonforte kan de overeenkomst voor het eerst op 1 juli 2037 opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. De overeenkomst eindigt derhalve op zijn vroegst op 1 februari 2038.

Stelselwijzigingen

In 2020 is er een stelselwijziging doorgevoerd ten aan zien van de functionele winst- en verliesrekening. De stelselwijziging heeft geen invloed op het eigen vermogen. Zie hieronder de belangrijkste wijzigingen.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Met ingang van 1 januari 2020 heeft als gevolg van een wijziging van wet- en regelgeving een stelselwijziging plaats gevonden. Op basis van RJ645.202 wordt de verwerking van uitgaven in vastgoed in exploitatie na eerste verwerking op basis van artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voorgeschreven. Daardoor worden onderhoudsuitgaven in het resultaat verwerkt. Uitgaven welke als verbetering gekwalificeerd worden, dienen als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed te worden verwerkt.

Conform RJ645.405 is het effect van de stelselwijziging prospectief verwerkt in de jaarrekening 2020. De vergelijkende cijfers zijn daarom niet aangepast.

Opbrengsten overige activiteiten € -98.300 verschil t.o.v. 2019

Onder de overige opbrengsten activiteiten, zijnde opbrengsten uit beheer voor derden, waarbij dit bezit niet in de balans is opgenomen, voor zover deze opbrengsten toekomen aan Woonforte (beheervergoeding) EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer.

In 2019 zijn de opbrengsten van de doorbelaste onderhoudskosten onder de opbrengsten overige activiteiten verantwoord. Deze opbrengsten zijn te relateren aan het vastgoed in exploitatie en dienen onder lasten onderhoudsactiviteiten te worden verantwoord. In de jaarrekening 2020 is deze wijziging doorgevoerd. De vergelijkende cijfers zijn aangepast.

Schattingswijzigingen

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Woonforte zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de balans (6) en de toelichting op de winst- en verliesrekening (7) bij de betreffende jaarrekeningpost.
Er hebben in 2020 geen schattingswijzigingen plaatsgevonden.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. Debet standen op de rekening courant met kredietinstellingen worden ook als liquide middelen gedefinieerd.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Woonforte heeft de gescheiden verantwoording DAEB /niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.
Bij Woonforte staat de portefeuille niet-DAEB in dienst van de lokale volkshuisvestingopgave. Dat wil zeggen: het bezit in de niet-DAEB-tak bestaat uit woningen die niet nodig zijn of geschikt voor de DAEB-portefeuille maar wel een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting van huishoudens met een (laag) middeninkomen.

De overige niet-DAEB-activiteiten van Woonforte zien toe op:

  • verhuur van parkeervoorzieningen die los verhuurd worden aan huurders van een DAEB- of een niet-DAEB-woning;
  • verhuur van parkeervoorzieningen die deel uitmaken van een collectieve (openbare) parkeervoorziening;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat tot de niet-DAEB-tak behoort;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB-eenheden.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het d.d. 25 oktober 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB-activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen.

De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand nader uiteengezet:

Grondslag voor scheiding

Posten in gescheiden verantwoording


Directe scheiding op vhe-niveau.

De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele vhe die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB.

Winst- en verliesrekening:

  • Huuropbrengsten
  • Opbrengsten servicecontracten
  • Verkoopopbrengsten en -lasten
  • Kosten overige activiteiten (verhuurderheffing)

Kasstroomoverzicht:

  • Ontvangsten huren en vergoedingen
  • Desinvesteringskasstromen vastgoedbeleggingen
  • Verhuurderheffing

Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB- en niet-DAEB-activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex.

Balans:

  • Vastgoedbeleggingen
  • Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
  • Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten servicecontracten
  • Lasten onderhoudsactiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Kasstroomoverzicht:

  • Uitgaven servicecontracten
  • Onderhoudsuitgaven

Investeringskasstromen vastgoedbeleggingen


Geborgde leningen classificeren als DAEB, niet geborgde leningen als niet-DAEB.

Balans:

  • Schulden/leningen overheid
  • Schulden/leningen kredietinstellingen

Winst- en verliesrekening:

  • Rentebaten en rentelasten

Kasstroomoverzicht:

  • Financieringskasstroom

Rente-uitgaven en renteontvangsten


Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB-/ niet-DAEB-tak van Woonforte op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB.

De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is: 93% - 7% (2019: 92%-8%).

Balans:

  • Materiële vaste activa
  • Latente belastingvorderingen
  • Huurdebiteuren
  • Belastingen en premies sociale verzekeringen
  • Overige vorderingen
  • Overlopende activa
  • Voorziening latente belastingverplichtingen
  • Overige voorzieningen
  • Schulden aan leveranciers
  • Schulden ter zake van pensioenen
  • Overige schulden
  • Overlopende passiva

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten verhuur en beheeractiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Toegerekende organisatiekosten
  • Opbrengsten en kosten overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten
  • Leefbaarheid
     

Kasstroomoverzicht:

  • Personeelsuitgaven
  • Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
  • Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden
  • Overige bedrijfsontvangsten en bedrijfsuitgaven
  • Investeringskasstromen in materiële vaste activa

Desinvesteringskasstromen in materiële vaste activa

5. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

5.1 Algemeen

De toegelaten instelling heeft de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2019) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ten opzichte van het voorgaand jaar gewijzigd. Zie onder algemene toelichting.

5.3 Continuïteit

Inmiddels is duidelijk dat de gevolgen van de Covid-19-crisis langere tijd merkbaar zullen zijn.

Per afdeling en per relevante activiteit monitort Woonforte voortdurend en nauwlettend de verwachte gevolgen, vergezeld van een berekening van de effecten. De conclusie is dat de continuïteit van Woonforte niet in gevaar is.

5.4 Grondslagen voor balanswaardering

5.4.1 Vastgoedbeleggingen (Ref 6.1)

Algemene uitgangspunten

De vastgoedbeleggingen worden onderscheiden in DAEB-vastgoed in exploitatie, niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verwerking van uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (Ref 6.1.1 en ref 6.1.2)

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB.

Classificatie

DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens op het moment van afsluiten van de huurovereenkomst, geliberaliseerde woningen die per balansdatum een huurprijs kennen lager dan de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen en overige objecten in exploitatie die niet voldoen aan het criterium van DAEB-vastgoed.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2020). Woonforte past voor het volledige bezit de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuur- eenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Woonforte maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is.
  • Feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen zijn (zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar op basis van de systematiek van het handboek.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt naar de volgende vastgoedcategorieën:

  • woongelegenheden;
  • bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • parkeervoorzieningen;
  • intramuraal zorgvastgoed (ZOG).

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeervoorzieningen plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het door-exploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG-, MOG- en ZOG-vastgoed is alleen het door-exploiteerscenario van toepassing.

Bij door-exploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie.

Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/ complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip ‘marktwaarde verhuurde staat’ zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaats vindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten.
  • Looninflatie als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten.
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten.
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Ten aanzien van het gebruik van de parameters voor de vastgoed-categorieën verwijzen wij naar het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Woonforte heeft een aantal vrijheidsgraden toegepast. Zie tabel 'Impact vrijheidsgraden'.

Impact vrijheidsgraden

  Parameter handboek Bandbreedte eigen parameter
Markthuur De markthuur is afgeleid van een aantal complexkenmerken (waaronder de leegwaarde) waarbij er op basis van een referentiecomplex op- en afslagen worden toegepast. De markthuur is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur.
Markthuurstijging conform de basisversie.
De bandbreedte van de markthuur ligt tussen de € 290 en € 1.400.
Markthuurstijging Inflatievolgend. Conform handboek
Exit Yield Conform handboek. Conform handboek
Leegwaarde De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde (waardepeildatum 1 januari 2019). De indexatie is locatie afhankelijk. De leegwaarde is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde leegwaarde.
Leegwaardestijging De leegwaardestijging gebeurt met indexatie op basis van een indexatietabel per gebied/regio. Conform handboek.
Disconteringsvoet Modelmatig afgeleid van een aantal complex- kenmerken ten opzichte van een referentiecomplex. De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van referenties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet.
Mutatiegraad Afgeleid van de vijfjaars gemiddelde mutatiegraad. De mutatiegraad is vastgesteld op basis van historische gegevens per complex. Hierbij wordt door de taxateur een hogere ondergrens van 5% gehanteerd. Het door de externe taxateur gehanteerde minimum van 5% geeft een betere weergave van en sluit beter aan bij de werkelijke situatie dan het in het handboek gehanteerde minimum.
Onderhoud Genormeerd o.b.v. een aantal complexkenmerken. Conform handboek (m.u.v. trafohuisjes e.d.)
Juridische splitsingskosten Genormeerd op € 544 per woning. Conform norm handboek
Erfpacht n.v.t. n.v.t.
Schematische vrijheid n.v.t. n.v.t.
Bijzondere omstandigheden   Bij een aantal complexen is € 15.000 per woning aan funderingsherstel ingerekend.

Gehanteerde werkwijze taxaties
Jaarlijks laat Woonforte 1/3 deel van haar vastgoed taxeren door een externe taxateur wat betekent dat elk object minimaal eens per drie jaar getaxeerd wordt.

Het bezit is voor 1/3 deel getaxeerd, voor 2/3 deel bepaald door middel van een markttechnische update. Ook voor het BOG-bezit geldt dat 1/3 deel getaxeerd is en 2/3 deel een markttechnische update heeft gekregen.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen
Op het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2020 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden meegenomen in de stiko van het project.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Woonforte en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Woonforte.

De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde. Om tot de beleidswaarde te komen worden uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat de volgende vier afslagen gehanteerd:

  1. Beschikbaarheid: voor het gehele bezit wordt uitgegaan van het scenario door-exploiteren (in plaats van de hoogste van door-exploiteren en uitponden in de marktwaarde). Er wordt bovendien in het geheel geen rekening gehouden met verkopen. Ook wordt een eindwaarde verondersteld op basis van eeuwigdurend door-exploiteren (in plaats van een eindwaarde uit de marktwaarde).
     
  2. Betaalbaarheid: de huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal aangepast tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. Woonforte hanteert in haar streefhuurbeleid de volgende uitgangspunten:

    •           Nieuwbouw
    o          Eengezinswoningen: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 2e aftoppingsgrens
    o          Appartementen t/m 55m2: maximaal 1e aftoppingsgrens of minimaal kwaliteitskortingsgrens
    o          Appartementen vanaf 55m2: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 1e aftoppingsgrens

    •           Bestaande voorraad
    o          Geliberaliseerd segment: maximaal markthuur
    o          Bereikbaar segment: maximaal liberalisatiegrens
    o          Middensegment: maximaal 2e of 1e aftoppingsgrens
    o          Goedkoop segment: maximaal kwaliteitskortingsgrens

    Daarnaast wordt in de beleidswaarde de eigen verwachte reguliere huurverhoging doorgerekend in plaats van de extra opslag boven inflatie die in de marktwaarde wordt gehanteerd.
     
  3. Kwaliteit (onderhoud): De component instandhoudingsonderhoud (inclusief mutatieonderhoud) uit de marktwaarde is vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie).

    De onderhoudsnorm 2020 is overeenkomstig de nieuwe definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW  bepaald op basis van de post “lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2021. Hierbij is gekeken naar een gemiddeld normbedrag van 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening.

    Op basis van deze berekening is de norm voor DAEB-woningen vastgesteld op € 2.258 (2019: € 2.356) per woning. Voor niet DAEB-woningen is de norm vastgesteld op € 2.634 (2019: € 2.373) per woning. De lasten onderhoudsactiviteiten zijn gedaald ten opzichte van 2019 vanwege de gewijzigde onderhoudsbegroting en de beleidsmatige taakstelling onderhoud die hierin is meegenomen.
    De stijging bij niet-DAEB-woningen wordt eveneens veroorzaakt door de gewijzigde onderhoudsbegroting. Onderhoud in complexen wordt naar rato van het aantal woningen gesplitst in DEAB en niet-DAEB. Door de beperkte omvang van het niet-DAEB-bezit kunnen kleine wijzigingen of toevoegingen in de begroting al een groot effect hebben op de norm. 

    Woonforte heeft bovendien de komende jaren klantgestuurd onderhoud in haar begroting (en dus ook in haar beleidswaarde) ingerekend. Het is nog onzeker of en hoe het programma klantgestuurd onderhoud gecontinueerd gaat worden de komende jaren. In 2021 vindt een evaluatie plaats. Voorzichtigheidshalve hebben wij, conform de begroting, deze onderhoudsactiviteiten wel ingerekend in de beleidswaarde. Wanneer wij besluiten het programma klantgestuurd onderhoud niet dan wel in een aangepaste/beperktere mate te continueren dan zal dit naar alle waarschijnlijkheid een positieve invloed hebben op de beleidswaarde. Voor de inschatting van dit effect hebben wij een impactanalyse uitgevoerd. Ook is de impact op de beleidswaarde in beeld gebracht van de beleidsmatige taakstelling onderhoud, mocht deze niet of slechts deels gerealiseerd worden.
     
  4.  De beheerkosten uit de DCF-berekening van de marktwaarde zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer. De beheernorm 2020 is overeenkomstig de nieuwe definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW  bepaald op basis van de post ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ minus de verhuurderheffing in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2021. De norm is bepaald op basis van een 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening en is voor zowel DAEB- als niet-DAEB-woningen vastgesteld op € 709 (2019: € 673) per woning. De lasten verhuur en beheeractiviteiten zijn iets gestegen ten opzichte van 2019 vanwege de nieuwe meerjarenplanning waaronder de normale jaarlijkse indexatie van kosten. De beleidswaarde is van toepassing op woongelegenheden. Voor niet woongelegenheden en intramuraal vastgoed (ZOG) wordt verondersteld dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde.

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2020 € 760 miljoen.

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2020 is uiteengezet bij de toelichting onder paragraaf 6.1.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (Ref 6.1.3.)
Voor vastgoed in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie wordt overgedragen aan derden waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting.
Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De leegwaarde wordt jaarlijks opnieuw geschat. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.
De regeling kwalificeert als een financieringstransactie indien niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval indien sprake is van een terugkoopplicht dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (Ref 6.1.4)
Dit betreft investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie en investeringen in bestaande complexen (woningverbetering, herstructurering).

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bekende werkelijke kosten of lagere marktwaarde onder aftrek van een voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen, op basis van het negatieve verschil tussen de marktwaarde van het vastgoed in ontwikkeling en de stichtingskosten. De werkelijke kosten bestaan uit uitgaafprijzen en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering.

Indien de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen hoger is dan de waarde van de onroerende zaken in ontwikkeling, dan wordt de onroerende zaak op nihil gewaardeerd en wordt een voorziening aan de creditzijde van de balans opgenomen.

Mutaties in de actuele waarde, zijnde de marktwaarde in verhuurde staat, van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

5.4.2 Materiële vaste activa (Ref 6.2)

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (Ref 6.2.1)

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbare activa worden gewaardeerd tegen de verwachte lagere opbrengstwaarde.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%.
Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken, wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Woonforte verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activa registratie zijn te herleiden, wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

5.4.3 Financiële vaste activa (Ref 6.3)

Latente belastingvorderingen (Ref 6.3.5)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa, latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen (Ref 5.3.8).

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Te vorderen BWS-subsidies (Ref 6.3.8)

Vorderingen uit hoofde van binnen het Besluit Woninggebonden Subsidies toegezegde bedragen (contante waarde van de uitbetalingen) worden jaarlijks vermeerderd met de bij toekenning vastgestelde rentevergoedingen en verminderd met de door de budgethouders beschikbaar gestelde bedragen. De uitbetalingstermijn is afhankelijk gesteld van de disconteringsvoet en beloopt vanaf de vaststelling van de subsidie maximaal 30 jaar.

Overige vorderingen (Ref 6.3.9)

De onder financiële vaste activa opgenomen overige vorderingen omvatten verstrekte leningen alsmede obligaties die tot het einde van de looptijd zullen worden aangehouden. Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.4.4 Voorraden (Ref 6.4)

Vastgoed bestemd voor de verkoop (Ref 6.4.1)

Onder de voorraden worden de verkochte huurwoningen opgenomen waarvan per balansdatum de ontbindende voorwaarden zijn vervallen die echter nog niet zijn getransporteerd in het betreffende verslagjaar. Deze woningen worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. De woningen zijn op het moment van het vaststellen van het jaarverslag getransporteerd.

Overige voorraden (Ref 6.4.3)

Ingenomen grondposities worden verwerkt tegen aanschafprijs en bijkomende kosten of tegen lagere actuele waarde en opgenomen onder de overige voorraden. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan / -doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen.

5.4.5 Vorderingen (Ref 6.5)

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.4.6 Liquide middelen (Ref 6.6)

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.4.7 Eigen vermogen (Ref 6.7)

Herwaarderingsreserve (Ref 6.7.1)

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het bedrag van het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Als op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord dan pas wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Overige reserves (Ref 6.7.2)

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.4.8 Voorzieningen (Ref 6.8)

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (Ref 6.8.1)

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en nieuwbouwprojecten.

Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het (nieuwbouw) complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde op balansdatum van het betreffende complex overtreffen, wordt voor het meerdere een voorziening gevormd onder aftrek van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).

Voorziening latente belastingverplichtingen (Ref 6.8.2)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa (zie paragraaf 5.3.3.), latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Overige voorzieningen (Ref 6.8.7)

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Woonforte onderkent de volgende overige voorzieningen:

•          Jubilea.
De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

5.4.9 Langlopende schulden (Ref 6.9)

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. De langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt verwerkt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft Woonforte een terugkoop-verplichting die medeafhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld aangezien inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden, mede gelet op de onbeperkte terugkooptermijn, niet goed mogelijk is. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van de embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.3.12.

5.4.10 Kortlopende schulden (Ref 6.10)

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Winst of verlies worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

5.4.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Woonforte ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.4.12 Financiële instrumenten

Binnen het treasurybeleid van Woonforte dient het gebruik van financiële instrumenten (‘derivaten’) ter beperking van renterisico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut en conform BTiV-artikel 106 lid 1 sub b is het aantrekken en afstoten van derivaten uitsluitend toegestaan om de risico’s van het financiële beleid en beheer te beperken.

Woonforte past kostprijshedge-accounting toe.
Bij het toepassen van kostprijshedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultatenbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post.

Dit betekent:

  • Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd.
  • Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans verwerkt wordt, wordt het hedge-instrument niet geherwaardeerd.

Perfecte hedge bij kostprijshedge-accounting
Bij Woonforte is dit laatste van toepassing voor de renteswaps die ervoor zorgen dat bepaalde schulden waarover een variabele rente wordt berekend, worden omgezet in vastrentende leningen. Indien er sprake zou zijn van een ineffectief deel van de waardeverandering van de renteswaps dan wordt deze verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de financiële baten en lasten. Woonforte stelt periodiek de effectiviteit van de hedge-relatie vast. Dit doen wij door vast te stellen dat bij onze renteswaps het referentiebedrag en de hoofdsom, de looptijd, de einddatum, de renteherzieningsdata, de data van ontvangst en betaling van rente, en de basis voor het bepalen van de rentevoet voor het hedge-instrument en de afgedekte positie gelijk zijn. Gedurende het boekjaar en per jaareinde 2020 is er geen sprake van ineffectiviteit, zie onderstaande tabel.

Hedgetabel swaps vs. roll overs

Hedgetabel ultimo 2020

Dealcode Tegenpartij Type Hoofdsom 2020 Hoofdsom 2021 Start- datum Eind- datum Variabele rente Coupondata rente Conventie Vaste rente Coupon- data rente Conventie
IRS0000660 AAB Payer swap -4.000.000 0  1/09/14  1/09/21 EUR 6M 01-mrt, 01-sep actual/360 3,3150% 01-sep 30/360
LBBT007567 BNG BANK Roll-over vast 4.000.000 0  3/09/18  1/09/21 EUR 6M +2,5bp 01-mrt, 01-sep actual/360      
LBBT005314 BNG BANK Roll-over vast 0 0  1/09/14  3/09/18 EUR 6M +30bp   actual/360      
                         
IRS0000632 AAB Payer swap -5.000.000 -5.000.000  3/06/13  1/06/22 EUR 6M 01-jun, 01-dec actual/360 4,1300% 01-jun 30/360
LBBT008012 BNG BANK Roll-over vast 5.000.000 5.000.000  3/06/19  1/06/22 EUR 6M +2bp 01-jun, 01-dec actual/360      
LBBT005622 BNG BANK Roll-over vast 0 0  1/06/15  3/06/19 EUR 6M +11,5bp   actual/360      

Embedded derivaten
Woonforte bezit een aantal basisrenteleningen. Deze leningen worden beschouwd als embedded derivaten.

De RJ290 schrijft voor dat een in een contract besloten derivaat (embedded derivative) van het basiscontract dient te worden gescheiden en in overeenstemming met de bepalingen in paragraaf 5 van de RJ290 als een derivaat te worden verwerkt indien en alleen als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan.

1. Er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract.
2. Een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat.
3. Het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van de reële waardeveranderingen in het resultaat.

Bij de basisrentelening bestaat een nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract. Hiermee wijkt een basisrentelening af van de voorwaarde zoals genoemd onder a, derhalve hoeft het derivaat niet te worden gescheiden van het basiscontract. Dit betekent dat de basisrenteleningen zijn gewaardeerd tegen kostprijs en ze komen daarom niet separaat in de balans tot uitdrukking.

Toelichting van liquiditeits- en kasstroomrisico’s uit hoofde van hedgerelaties
Zoals eerder aangegeven is er bij de swaps van Woonforte sprake van 100% hedge-effectiviteit. In de contracten die zijn afgesloten zijn geen break-clausules en /of margin call verplichtingen opgenomen. Woonforte loopt over deze contracten uit dien hoofde geen liquiditeitsrisico.

5.5 Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen direct zodra deze voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrument.
De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Het functionele model van de winst- en verliesrekening geeft meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat dan het categorale model.

Bij het verdelen van de opbrengsten en kosten wordt onderscheid gemaakt in direct en niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten. Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend, toegewezen aan activiteiten en bij het betreffende onderdeel in de winst- en verliesrekening verantwoord. De toerekening van de niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels door middel van een verdeelstaat. De uitgangspunten, activiteiten en verdeelsleutels zijn vastgesteld door het bestuur. Toerekening heeft op reële, redelijke en toetsbare wijze plaatsgevonden.

Opbrengstverantwoording
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

5.5.1 Huuropbrengsten (Ref 7.1)

Hieronder worden de huuropbrengsten opgenomen welke uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd, onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.
Ook de mutatie van de voorziening dubieuze debiteuren wordt onder de huuropbrengsten verantwoord. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders.

5.5.2 Opbrengsten servicecontracten (Ref 7.2)

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid.

5.5.3 Lasten servicecontracten (Ref 7.3)

Onder de lasten servicecontracten worden de kosten verantwoord van leveringen en diensten.

5.5.4 Overheidsbijdragen (Ref 7.4)

Onder deze post zijn de overige overheidsbijdragen opgenomen. De overheidsbijdragen hebben betrekking op specifieke regelingen die verband houden met de exploitatie van de vastgoedportefeuille.

5.5.5 Lasten verhuur en beheeractiviteiten (Ref 7.5)

Hieronder worden alle kosten verantwoord welke zijn te relateren aan de verhuur en beheeractiviteiten. Hieronder worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. Onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten worden de lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel opgenomen dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed m.u.v. de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten. Afschrijvingskosten van de activa ten dienste van de exploitatie voor zover indirect toegerekend aan vastgoed in exploitatie, overige lasten en opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten.

Daarnaast is beheerdeel, bankkosten, vergaderkosten en algemene kosten van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten verantwoord. Bijdragen bevatten naast de component ‘beheer’ ook een component ‘onderhoud’ welke onder de lasten onderhoudsactiviteiten is opgenomen.

5.5.6 Lasten onderhoudsactiviteiten (Ref 7.6)

Onder deze post worden alle onderhoudskosten verantwoord welke zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie inclusief de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, voor zover daadwerkelijk werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.
Daarnaast is het onderhoudsdeel van de bijdragen aan verenigingen van eigenaren onder de lasten onderhoudsactiviteiten verantwoord. Bijdragen bevatten naast de component ‘onderhoud’ ook onder andere een component ‘beheer’ welke onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten is opgenomen.

5.5.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit (Ref 7.7)

De kosten die samenhangen met het verhuren, beheren en onderhouden van het bezit zijn gegroepeerd in afzonderlijke onderdelen van de winst- en verliesrekening, namelijk lasten verhuur en beheeractiviteiten en lasten onderhoudsactiviteiten. Kosten die niet direct gerelateerd zijn aan de sub-activiteiten verhuren, beheren en onderhouden worden verantwoord onder de overige directe operationele lasten exploitatie bezit. Onder de overige directe operationele lasten bezit worden de belastingen (OZB, waterschapslasten), verzekeringen, verhuurderheffing en overige directe operationele lasten exploitatie bezit opgenomen.

5.5.8 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille, overige organisatiekosten en leefbaarheid. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting in de winst- en verliesrekening. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers van Woonforte.

De pensioenregeling is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) en is naar zijn aard een toegezegde pensioenregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. 

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • pensioengevende salarisgrondslag (middelloonregeling);
  • afspraken over indexatie;
  • beschrijving belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst;
  • wijze waarop pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de pensioenuitvoerder;
  • dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 109,3 ultimo 2020.

Woonforte heeft geen verdere verplichtingen uit hoofde van haar pensioenregeling anders dan de betaling van premies. In het geval van een tekort bij het pensioenfonds heeft Woonforte geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

De premies worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord voor zover zij in het verslagjaar verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

5.5.9 Afschrijvingen

Afschrijvingen vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten,  toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten.

Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.
Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur van het actief. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.

Over terreinen en op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn begrepen onder de afschrijvingen.

5.5.10 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille (Ref 7.12)

Onder de verkoopopbrengst vastgoedportefeuille wordt de verkoopopbrengst verantwoord die wordt gerealiseerd op verkopen van vastgoed in exploitatie minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten (externe verkoopkosten).

Naast de direct toerekenbare verkoopkosten worden er organisatiekosten toegerekend (interne verkoopkosten). De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich bezighoudt met verkopen en overige toegerekende organisatiekosten. De boekwaarde van de verkochte eenheden wordt per verkoopdatum verwerkt in de winst- en verliesrekening.

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille minus de boekwaarde van de verkochte eenheden minus de toegerekende organisatiekosten resulteert in een netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille. Resultaten op verkochte een heden worden verantwoord op het moment van overdracht van het betreffend vastgoedobject.

5.5.11 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.13)

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille worden gevormd door waardeverminderingen die ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investering in nieuwbouw, woningverbetering en renovatie (onrendabele toppen).

Naast waardeverminderingen kunnen er ook terugnames van waardeverminderingen voorkomen.

Daarnaast hebben de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille betrekking op duurzame waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

5.5.12 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.14)

De waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen).

5.5.13 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden (Ref 7.15)

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

5.5.14 Opbrengsten overige activiteiten (Ref 7.16)

Hieronder zijn de opbrengsten van beheer voor derden en opbrengsten van service abonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer alsmede de opbrengsten van verkoop onder voorwaarden.

5.5.15 Kosten overige activiteiten (Ref 7.17)

Hieronder zijn de kosten van beheer voor derden en kosten van overige dienstverlening en incidentele kosten opgenomen alsmede de kosten van verkoop onder voorwaarden.

5.5.16 Overige organisatiekosten (Ref 7.18)

De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel belast met governance & bestuur, jaarverslag & control, P&O, ondernemingsraad en treasury. De toerekenbare organisatiekosten worden bepaald door de ingeschatte uren te vermenigvuldigen met de werkelijke salariskosten. Tevens wordt hier de bijdrage heffing Aw opgenomen en de saneringsheffing.

5.5.17 Leefbaarheid (Ref 7.19)

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Woonforte die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen. Onder leefbaarheid worden de kosten verantwoord welke gerelateerd worden aan leefbaarheid en welke niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.

De leefbaarheidsactiviteiten passen binnen de kaders van de Woningwet en zijn gelimiteerd tot het in de Woningwet genoemde bedrag per verhuureenheid.

De leefbaarheidsactiviteiten worden in overleg met de gemeente vastgesteld. Onder leefbaarheid valt: woonmaatschappelijk werk, achter-de-voordeuraanpak, buurtbeheerders, (mede) bestrijden van overlast en het schoon, heel en veilig houden van de woonomgeving. De activiteiten moeten ten gunste komen van de eigen huurders of de directe omgeving van de woongelegenheden van Woonforte. 
Woonforte mag ook het groen rondom de eigen complexen onderhouden en de aanleg en het onderhoud van kleinschalige infrastructuur in de directe nabijheid van de woongelegenheden doen in het kader van leefbaarheid.

Naast de directe kosten bestaan de kosten leefbaarheid uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich specifiek bezighoudt met leefbaarheid (buurtbeheerders 70%, buurtconsulenten 50%, klantconsulenten 20%) alsmede de ingeschatte uren van de ondersteunende afdelingen Communicatie en ICT en overige toegerekende kosten leefbaarheid.

De dekking van de buurtbeheerderskosten die ten laste van de leveringen en diensten wordt gebracht, wordt in mindering gebracht op de toegerekende personeelskosten leefbaarheid.

5.5.18 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten (Ref 7.20)

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

5.5.19 Rentelasten en soortgelijke kosten (Ref 7.21)

Rentebaten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende passiepost. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar te maken. Geactiveerde rente wordt in de winst- en verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Onder deze post worden ook de lasten opgenomen in verband met het vervroegd aflossen en herfinancieren van kapitaalmarktleningen. Deze lasten bestaan uit herbeleggingsverliezen (boeterente), provisies en disagio (borgstelling WSW).

5.5.20 Belastingen (Ref 7.22)

Vanaf 1 januari 2008 is Woonforte integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO) tussen corporaties en de Belastingdienst.

In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van fiscale resultaatverantwoording. Op 10 november 2020 heeft Woonforte besloten de VSO stilzwijgend met één jaar te verlengen.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijltelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

5.5.21 Resultaat deelnemingen

Het aandeel in het resultaat deelnemingen gewaardeerd op nettovermogenswaarde is het resultaat van de deelnemingen bepaald op de waarderingsgrondslagen van Woonforte.

5.5.22 Continuïteit

Ten tijde van de opmaak van de jaarrekening is de inschatting van de directie dat op korte termijn de coronacrisis niet zal leiden tot discontinuïteit van de onderneming. Derhalve zijn de waarderingsgrondslagen gebaseerd op duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten.

5.5.23 Risico’s financiële positie

  Mogelijke impact Maatregelen Beheersingsstrategie
Marktrisico Het verkoopprogramma huurwoningen wordt niet (geheel) gerealiseerd. Geen maatregelen nodig gelet op de aantallen per jaar en de huidige marktsituatie.
Er is geen tegenpartijrisico omdat in de contracten geen breakclauses en/of margin call verplichtingen zijn opgenomen.
Accepteren
Prijs/tegenpartij risico De vordering op de tegenpartij wordt bij beleggingen niet (geheel) ontvangen. Als de marktwaarde van de beleggingen (swaps) positief wordt (is nu negatief) dan de tegenpartij monitoren. Ten aanzien van de rekening courant wordt gestuurd op een saldo onder de € 100.000 (garantiedrempel).
In beide situaties monitoren dat de tegenpartij minimaal een lange termijn kredietbeoordeling van A/A2 toegekend heeft gekregen.
Reduceren
Renterisico Forse stijging van de rentelasten waardoor er minder geld beschikbaar is om doelstellingen te halen. Renterisicomanagement waardoor de gevoeligheid voor renteschommelingen wordt beperkt door een evenwichtige spreiding van de renterisico’s in de tijd. Reduceren
Liquiditeitsrisico Niet tijdig aan alle betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Minimaal 10% van de jaarhuur wordt aangehouden als liquiditeitsbuffer. Daarnaast bieden twee variabele roll-overs extra flexibiliteit. We maken een maandelijkse liquiditeitsprognose en analyses. Reduceren

Risico’s ten aanzien van de financiële positie

Dit zijn de risico’s en onzekerheden met betrekking tot de financiële positie van Woonforte zoals continuïteits-, liquiditeits- en renterisico’s.
Op basis van de jaarrekening 2020 en de begroting 2021 blijft Woonforte voldoen aan de gestelde externe normen van Aw/WSW en interne normen.

Renterisico’s

Woonforte beheerst de renterisico’s voornamelijk via een vervalkalender waarbij de gemiddelde looptijd van de leningen geënt is op het opvangen van renteschokken en voldoende flexibiliteit biedt. Bij het aantrekken van nieuwe leningen kijkt Woonforte naar de samenhang tussen vastgoedportefeuille, exploitatiekasstromen en gewenste samenstelling van de leningenportefeuille.

6. Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen

6.1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie

6.1.2 Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

De mutaties van het vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

    DAEB-vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
  2020 2019 2020 2019
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 653.709 627.465 57.369 56.758
Cumulatief waardeveranderingen 783.149 666.275 57.957 49.820
Boekwaarden per 1 januari 1.436.858 1.293.740 115.326 106.578
         
Correctie per 1 januari 0 -13.750 0 -1.315
         
Mutaties        
Investeringen 36.824 22.869 1.753 1.849
Desinvesteringen -853 -12.286 -294 -334
Waardeveranderingen 106.130 108.494 6.382 7.800
Overige waardeveranderingen -7.336 22.130 -716 1.652
Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling 2.526 14.890 0 -133
Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling -5.687 0 -107 0
Overboeking van voorziening ORT -7.728 0 0 0
Overboekingen (van DAEB naar niet-DAEB en vice versa) 730 771 -730 -771
Totaal mutaties 124.606 156.868 6.288 10.063
         
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 679.521 653.709 57.991 57.369
Cumulatief waardeveranderingen 881.943 783.149 63.623 57.957
         
         
Boekwaarden per 31 december 1.561.464 1.436.858 121.614 115.326

De posten DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn als volgt opgebouwd:

  Aantal 2020     Aantal 2019    
  DAEB Niet-DAEB Totaal DAEB Niet-DAEB Totaal
Woongelegenheden 10.050 486 10.536 10.092 488 10.580
Maatschappelijk onroerend goed 38 0 38 33 0 33
Bedrijfsonroerend goed 1 142 143 0 146 146
Parkeergelegenheden 129 859 988 129 867 996
Totaal 10.218 1487 11.705 10.254 1.501 11.755

Investeringen en overboekingen

De totale investeringen voor het DAEB-vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2020 uit op € 38,6 miljoen (voor DAEB € 36,8 miljoen en voor niet-DAEB € 1.8 miljoen). Het betreft de volgende investeringen:

Aankoop € 6,5 miljoen

  • Gebouw Noorderkeerkring.
  • Twee woningen aan Prins Hendrikstraat 133-135.
  • Twee woningen terugkoop Goudse Rijweg 15 en Boezemlaan 36.

Renovatie € 29,9 miljoen

  • Er zijn twee renovatieprojecten uitgevoerd voor een bedrag van € 24,2 miljoen. Dit bedrag is volledig geactiveerd, omdat deze projecten zijn gekwalificeerd als ingrijpende verbouwing. Het gaat om de renovatieprojecten Akkerwinde/ Boterbloemweg en Lauwers.
  • Bij de renovatieproject Prins Hendrikstraat is € 1.4 miljoen voor woningverbetering uitgevoerd.
  • Voor zonnepanelen is € 4,3 miljoen besteed.

Dagelijks en planmatig onderhoud € 2,2 miljoen

  • Uitgaven die vanuit dagelijks onderhoud (€ 0,2 miljoen voor geriefsverbetering) en planmatig onderhoud (€ 1,9 miljoen voor woningverbetering) zijn geactiveerd.

Desinvesteringen
De totale desinvesteringen voor het DAEB- en het niet-DAEB- vastgoed in exploitatie komen in 2020 uit op € 1,1 miljoen. Dit betreft:

  • De marktwaarde van de verkopen.

Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling 

  • 12 eengezinswoningen Brederodepeer € 2,5 miljoen.

Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling

  • Sloop van 52 eengezinswoningen Rode Dorp 1e fase € 5,8 miljoen (voor het DAEB-vastgoed € 5,7 miljoen en niet-DAEB- vastgoed € 0,1 miljoen).

Waardeveranderingen

In 2020 zijn de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat in exploitatie voor het DAEB- vastgoed € 106,1 miljoen en niet-DAEB-vastgoed € 6,4 miljoen.

Verzekering & zekerheden
De vastgoedbeleggingen zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van Woonforte.
De activa zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. De verzekerde herbouwwaarde voor dit bezit bedraagt per 31 december 2020 € 214,7 miljoen. Daarnaast wordt een gedeelte gedekt via polissen van VvE’s. Woonforte heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Marktwaarde in verhuurde staat
Woonforte waardeert haar vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen in exploitatie bedraagt ultimo 2020 € 1.683 miljoen (2019: € 1.552 miljoen).
Deze marktwaarde in verhuurde staat kan uitgesplitst worden in € 1.561 miljoen (2019: € 1.437 miljoen) voor het DAEB-bezit in exploitatie en € 122 miljoen (2019: € 115 miljoen) voor het niet-DAEB-bezit in exploitatie.

De Woonforte specifieke parameters worden in onderstaande tabel toegelicht. Het betreft hier de parameters waar Woonforte de vrijheidsgraden heeft toegepast. De gemiddelde percentages zijn vermeld.

Mutatiekans door-exploiteren woningen 6,94%
Disconteringsvoet (%) woningen 6,19%
Disconteringsvoet (%) BOGMOG 7,87%
Disconteringsvoet (%) parkeren 6,46%
Disconteringsvoet (%) intramuraal zorg 6,74%
     
Gemiddelde Leegwaarde parkeren 15.885
Gemiddelde Leegwaarde woningen 211.301
     
Gemiddelde markthuur woningen 788
Gemiddelde markthuur BOGMOG 863
Gemiddelde markthuur parkeren 84
Gemiddelde markthuur intramuraal zorg 1.791
     
Gemiddelde contracthuur woningen 569
Gemiddelde contracthuur BOGMOG 754
Gemiddelde contracthuur parkeren 56
Gemiddelde contracthuur intramuraal zorg 1.684

De oorzaak van de stijging is met name de gestegen leegwaarde van woningen als gevolg van de hoge huidige verkoopprijzen. Daarnaast is als gevolg van de onverminderde vraag op de woningmarkt de disconteringsvoet iets verlaagd. Per saldo hebben deze ontwikkelingen een positief effect op de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie.

Gevoeligheidsanalyse

Om inzicht te geven in de betekenis van de belangrijkste parameters in de marktwaarde is ten aanzien van de woningportefeuille (DAEB en niet-DAEB) in onderstaande tabel een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Daaruit blijkt dat de leegwaardeontwikkeling en disconteringsvoet een grote invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde 31 december 2020. Een aanpassing van 1% in deze variabelen heeft een mutatie van tussen de € 92,6 miljoen en € 187,2 miljoen tot gevolg.
De financiële positie is hiermee enigszins gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabelen en in de marktwaardeberekening.

Parameter

  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2020 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 6,94 -1% -50,4 -2,99%
Disconteringsvoet 6,24 1% -187,2 -11,12%
Leegwaarde ontwikkeling 2,21 -1% -92,6 -5,50%

WOZ-waarde
De WOZ-waarde van het bezit heeft betrekking op het bedrag waarvoor de gemeente de woningen heeft getaxeerd, als ze, vrij van huur, aangeboden zouden worden in de vrije verkoop.

In 2020 is de aanslag opgelegd voor het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op de WOZ-beschikkingen met een waardepeildatum 1-1-2019 van € 1.789 miljoen. Hiervan heeft € 1.671 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 118 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

In 2021 is een WOZ-aanslag opgelegd. De waarde van vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen bedraagt € 1.949 miljoen (waardepeildatum 1-1-2020). Hiervan heeft € 1.822 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 127 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2020 € 760 miljoen.

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2020 bestaat uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000)

Marktwaarde verhuurde staat   1.683.078
     
Af:    
Beschikbaarheid (door-exploiteren) -118.251  
Betaalbaarheid (huren) -529.634  
Kwaliteit (onderhoud) -276.628  
Beheer (beheerkosten) 1.496  
Totaal maatschappelijke bestemming   -923.017
     
     
Beleidswaarde   760.061

Woonforte heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde 2020:

Uitgangspunten beleidswaarde (woningen) 2020 DAEB Niet-DAEB
Onderhoudsnorm 2.258 2.634
Beheerlasten 709 709
Verhuurderheffing* 920,9 1.021,67
Discontovoet (incl. basis rendement) 5,63% 6,52%

Sensitiviteitsanalyse

In de volgende tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde

  Mutatie t.o.v uitgangspunt Effect op beleids- waarde (€ miljoen) Effect op beleids- waarde %
Disconteringsvoet 0,5% hoger -69,5 -9,1%
Streefhuur per maand € 25 hoger 43,6 5,7%
Streefhuur per maand € 25 lager -54,9 -7,2%
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger -69,5 -9,1%

Aanvullende impactanalyste beleidswaarde

In een aanvullende impactanalyse is inzichtelijk gemaakt wat de impact op de beleidswaarde is van het niet realiseren van de beoogde beleidsuitgangspunten.

  Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleids-waarde (€ miljoen) Effect op de beleids-waarde %
Geen beleidsmatige taakstelling onderhoud ca. 2 mln/jaar meer onderhoud vanaf 2022 -54,8 -7,2%
Geen KGO ca. 3,5 mln. minder onderhoud per jaar 105,2 13,8%
Geen beleidsmatige taakstelling onderhoud én geen KGO per saldo 1,5 mln. minder onderhoud per jaar 50,5 6,6%
Eenmalige huurverlaging 2021 Eenmalige huurverlaging ruim 750 huurders -4,9 -0,6%
Huurverlaging én huurbevriezing 2021 Huurverlaging 750 huurders én huurbevriezing 2021 voor alle gereguleerde woningen -11,4 -1,5%

6.1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in het navolgende schema samengevat:

  2020 2019
Boekwaarde per 1 januari 7.279 7.852
     
Mutaties    
Investeringen 315 545
Desinvesteringen -413 -989
Overige mutaties 917 -129
Totaal mutaties 819 -573
     
     
Boekwaarde per 31 december 8.098 7.279

Gedurende 2020 zijn twee woningen (2019: vier woningen) teruggekocht die eerder onder een VOV-regeling zijn verkocht. Beide woningen zijn in de vastgoed-exploitatie opgenomen. Daarnaast is één woning onder de VOV-regeling verkocht. In 2019 is deze woning onder "voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden” verantwoord.

Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden is ultimo 2020 30 (2019: 32). In 2020 is op basis van taxaties de waarde van de woningen onder de VOV-regeling bepaald. De woningen hebben een waardestijging van 28,7% (dit betreft DAEB-woningen) en een waardestijging van 12% in 2020 (dit betreft niet-DAEB-woningen).

6.1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn in het volgende schema.

(x € 1.000)

  2020 2019
Investeringen 12.891 6.555
Cumulatieve waardeveranderingen -3.627 -663
Boekwaarde per 1 januari 9.264 5.892
     
Mutaties    
Investeringen 10.357 21.094
Overige waardeveranderingen terugname afwaardering 955 0
Overige waardeveranderingen afwaarderingen 0 -2.964
Overboekingen (van vastgoed in ontwikkeling - naar vastgoed in exploitatie) -2.527 -14.758
Overboekingen (van vastgoed in exploitatie - naar vastgoed in ontwikkeling) 5.794 0
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling) -7.461 0
Totaal mutaties 7.118 3.372
     
Investeringen 19.054 12.891
Cumulatieve waardeveranderingen -2.672 -3.627
     
Boekwaarde per 31 december 16.382 9.264

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de projecten in ontwikkeling opgenomen die na oplevering zullen worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging. Het betreft investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) en investeringen in bestaande complexen (woningverbetering, herstructurering).

Nieuwbouw Waterrijk West 18.500 
Nieuwbouw Weegbree 200.000 
Nieuwbouw Korenbloemweg 52.000 
Nieuwbouw Barones 759.800 
Nieuwbouw De Ampère 15.767.300 
Nieuwbouw Rode Dorp 9.271.800 
Nieuwbouw Stationslocatie 176.600 
Nieuwbouw Mendelweg 20.200 
Spaceboxen ’s-Molenaarspad 27.600 
Nieuwbouw Magnolia/Bosparkweg 47.500 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 138.300 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 34.300 
Totaal 26.513.900 

In 2020 is in het vastgoed in ontwikkeling € 31.200 aan rente geactiveerd. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5% (2019: € 10.040).

In 2020 is een nieuwbouwproject opgeleverd:

  • Nieuwbouw Brederodepeer.

Op de waarde van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is de gevormde voorziening voor onrendabele investeringen in mindering gebracht van € 10,1 miljoen.

Dit betreft de projecten:

Nieuwbouw Rode Dorp 8.875.700 
Nieuwbouw De Ampère 1.222.400 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 34.300 
Totaal 10.132.400 

6.2 Materiële vaste activa

6.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  2020 2019
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 12.007 11.723
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -8.957 -8.442
Boekwaarde per 1 januari 3.050 3.281
     
Mutaties    
Investeringen 297 284
Desinvesteringen 0 0
Afschrijvingen -568 -515
Waardeverminderingen 0 0
Totaal mutaties -271 -231
     
     
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 12.304 12.007
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -9.525 -8.957
     
Boekwaarde per 31 december 2.779 3.050

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Bedrijfsterreinen geen afschrijving
Gebouwen lineair 20 jaar / 30 jaar
Automatisering lineair 3 jaar / 10 jaar
Vervoermiddelen lineair 5 jaar
Inventaris lineair 10 jaar

In 2020 is voor gebouwen geen investering gedaan, voor inventaris € 7.600, voor automatisering € 289.900 en voor vervoermiddelen geen investering.  

6.3 Financiële vaste activa

Alle financiële vaste activa hebben een resterende looptijd langer dan een jaar.           

(x € 1.000)

  Latente belasting- vorderingen Te vorderen BWS-subsidies Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari 725 0 2 727
         
Mutaties        
Dotatie 11 0 0 11
Onttrekkingen 0 0 0 0
Totaal mutaties 11 0 0 11
         
Stand per 31 december 736 0 2 738

6.3.5 Latente belastingvorderingen

De totale contante waarde van actieve belastinglatenties bedraagt ultimo 2020 € 736.000 (nominaal € 3,0 miljoen). Ultimo 2019 bedroeg de totale waarde van de actieve belastinglatenties € 725.000 (nominaal € 5,5 miljoen). De belastinglatenties zijn in 2020 contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet van 2,0% (1,5% na vennootschapsbelasting). In 2019 bedroeg de gemiddelde vermogenskostenvoet 2,295% (1,72% na vennootschapsbelasting).

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  31/12/20     31/12/19  
(x € 1.000) nominaal contant   nominaal contant
Leningen disagio 210 186   190 165
Leningen agio -11 -10   -10 -9
  199 176   180 156
           
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 40 0   51 0
Vastgoedportefeuille (excl. Verkoopprogramma) 2.191 0   4.687 0
Afschrijvingen 601 560   592 569
  3.031 736   5.510 725
           

De looptijd van de belastinglatentie op de leningen bedraagt 26 jaar.
Voor de belastinglatentie vastgoedportefeuille en het verkoopprogramma van de vastgoedportefeuille is geen inschatting te maken omtrent de looptijd van de belastinglatentie omdat geen inschatting te maken is over het tijdstip van realisatie.

Leningen
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 zijn de leningen fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Dit (dis)agio en daarmee de realisatie van de belastinglatentie valt lineair vrij met de looptijd van de betreffende individuele leningen.

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert deze latentie contant tot nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Er is een nominale belastinglatentie gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). Omdat geen inschatting te maken is omtrent (het tijdstip van) de realisatie tendeert deze latentie contant tot nihil.

Afschrijvingen
De contante latente belastingvordering opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel bedraagt € 560.000 (2019: € 569.000). De contante latente belastingvordering opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel van de vastgoedportefeuille gedurende vijf jaar.

Het niet (fiscaal) aftrekbaar deel van de rentelast, uit hoofde van ATAD-regelgeving bedraagt over 2020 circa € 2,6 mln. Op basis van de verwachte toekomstige rentelasten en fiscaal belastbare resultaten is het niet waarschijnlijk dat dit bedrag later benut en in aftrek kan worden genomen. Derhalve is hiervoor geen latentie gevormd.

6.3.8 Te vorderen BWS-subsidies

Woonforte heeft sinds 2016 geen BWS-subsidies meer van het Rijk te vorderen.

6.3.9 Overige vorderingen

Woningnet N.V.
Woonforte bezit 200 aandelen met in totaal een uitgifteprijs van € 2.455 in de vennootschap. Het aandeel van Woonforte in het geplaatst aandelenkapitaal van Woningnet N.V. bedraagt 0,04%.

6.4 Voorraden

(x € 1.000)

  2020 2019
Vastgoed bestemd voor de verkoop 0 0
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 0 312
Overige voorraden 0 0
Totaal voorraden 0 312
     
Het betreft de volgende aantallen:    
Vastgoed bestemd voor de verkoop - woningen 0 0
Vastgoed bestemd voor de verkoop - garages 0 0
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden - woningen 0 1
Overige voorraden – grondposities 3 3

In 2019 is één woning teruggekocht onder koopgarant en is in 2020 weer verkocht onder voorwaarden.

Ook zijn er grondposities verantwoord onder de overige voorraden. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan en/of doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen. 
Eind 2020 was er sprake van drie grondposities: 's -Molenaarspad (€ 0), Zuidkade (€ 0) en Korteraarseweg in Aarlanderveen (€ 0). In vergelijking met 2019 is de situatie niet veranderd.

6.5 Vorderingen

(x € 1.000)

  2020 2019
Huurdebiteuren 1.320 1.362
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.427 4.173
     
Overige vorderingen 213 458
Overlopende activa 488 236
Totaal vorderingen 8.448 6.229

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter en omdat voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd, als dat nodig is. In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht.

6.5.1 Huurdebiteuren

(x € 1.000)

  2020 2019
Huurdebiteuren huidige huurders 793 803
Huurdebiteuren vertrokken huurders 1.648 1.704
  2.441 2.507
Voorziening wegens oninbaarheid -1.121 -1.145
     
Totaal huurdebiteuren 1.320 1.362

(x € 1.000)

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal 2020
Achterstand huren 580 225 805
Overige vorderingen 29 1301 1330
Niet-vervallen betalingsregeling 162 76 238
WSNP 21 47 68
Voorziening dubieuze debiteuren -21 -1100 -1121
Totaal 771 549 1.320
       

6.5.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000)

  2020 2019    
Omzetbelasting 8 8    
Vennootschapsbelasting 6.419 4.165    
         
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 6.427 4.173    
         
De vordering vennootschapbelasting 2020 bestaat uit:        
         
Jaar Saldo per begin boekjaar Vennootschapsbelasting boekjaar Betaald/ontvangen in boekjaar Saldo per ultimo boekjaar
2017 0 0 0 0
2018 1.000 0 -1.000 0
2019 3.165 906 0 4.071
2020 0 -3.652 6.000 2.348
Totaal 4.165 -2.746 5.000 6.419

6.5.7 Overige vorderingen

(x € 1.000)

  2020 2019
Debiteuren 160 442
Nog te ontvangen rente 0 0
Uitkering verzekeringen 43 5
Overige vorderingen 10 11
     
Totaal Overige vorderingen 213 458

In 2020 is op de debiteurenpositie een bedrag van € 265.000 van het RVO ontvangen inzake STEP-subsidie.

6.5.8 Overlopende activa

(x € 1.000)

  2020 2019
Vooruitbetaalde kosten 310 148
Vooruitbetaalde rente 6 0
Overige overlopende activa 172 88
     
Totaal overlopende activa 488 236
     
     
De vooruitbetaalde kosten zijn kosten die betrekking hebben op 2021:    
     
Vooruitbetaalde verzekeringspremies € 10.300,00  
Automatiseringskosten € 228.300,00  
Huurkantoor € 70.500,00  
Overige € 900,00  
Totaal € 310.000,00  
     
     
Onder de overige overlopende activa zijn de nog te ontvangen bedragen opgenomen:    
     
Huurdersraad € 47.200,00  
Verzekerbeheer & onderhoud € 13.400,00  
Claim project Brederodepeer € 24.400,00  
VvE Briljantstraat € 86.200,00  
Overige € 1.200,00  
Totaal € 172.400,00  

6.6 Liquide middelen

(x € 1.000)

  2020 2019
Liquide middelen 4.009 196
     
Totaal liquide middelen 4.009 196

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Er zijn geen middelen uitgezet in het buitenland.

6.7 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

(x € 1.000)

  Herwaarderingsreserve Overige reserves Totaal
Stand per 1 januari 863.851 306.725 1.170.576
       
Mutaties      
Uit resultaatbestemming 112.512 22.081 134.593
Gerealiseerde verkopen -824 824 0
Gerealiseerde slopen -5062 5062 0
Negatieve waardeveranderingen -14.559 14.559 0
Totaal mutaties 92.067 42.526 134.593
       
Stand per 31 december 955.918 349.251 1.305.169

Het eigen vermogen bestaat per 31 december 2020 uit € 956 miljoen aan niet-gerealiseerde herwaarderingen (herwaarderingsreserve) en € 349 miljoen aan gerealiseerde herwaarderingen en operationele winsten (overige reserves).

Hoe Woonforte haar eigen vermogen inzet en welk maatschappelijk offer Woonforte brengt, is uitgewerkt in het hoofdstuk Financiën van het Bestuursverslag 2020.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 923 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Woonforte niet wordt of kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonforte.
De mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB-huurwoningen. Omdat de doelstelling van Woonforte is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Woonforte.

Voorstel resultaatbestemming

In de statuten van Woonforte staat geen bepaling omtrent resultaatbestemming vermeld. De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de vaststelling door de Raad van Commissarissen reeds in de jaarrekening verwerkt.

Het gerealiseerde positieve resultaat over het boekjaar 2020 van € 22,1 miljoen is ten gunste van de overige reserves gebracht. Het niet-gerealiseerde resultaat van € 112,5 miljoen is ten gunste van de herwaarderingsreserve gebracht. Het niet-gerealiseerde resultaat bestaat geheel uit niet gerealiseerde waardeveranderingen van vastgoed in exploitatie.

6.7.1 Herwaarderingsreserve

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2020 in het eigen vermogen opgenomen. Het niet-gerealiseerde resultaat over het boekjaar van € 112,5 miljoen is ten gunste van de herwaarderingsreserve gebracht.

Er wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van vastgoed in exploitatie. Waar op complexniveau een negatief verschil is ontstaan, wordt geen toevoeging aan de herwaarderingsreserve gegaan.

6.7.2 Overige reserves

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2020 in het eigen vermogen opgenomen. Het gerealiseerde Positieve resultaat over het boekjaar van € 22,1 miljoen is ten gunste van de overige reserves gebracht.

6.8 Voorzieningen

6.8.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (x € 1.000)

  2020 2019
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 50.146 1.091
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -3.627 -663
Boekwaarde per 1 januari 46.519 428
     
Mutaties    
Mutatie aanpassing onrendabele top 0 51.168
Overige waarderingen dotatie 492 0
Overige waarderingen vrijval -12.656 0
Terugname waardevermindering via vastgoed in ontwikkeling (impact voorziening ORT) -955 0
Terugname waardevermindering via vastgoed in ontwikkeling (impact voorziening verantwoord onder vastgoed i.o.) 955 0
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling -7.461 -2.113
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in exploitatie -7.728 -2.964
Totaal mutaties -27.353 46.091
     
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 29.298 50.146
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -10.132 -3.627
     
Boekwaarde per 31 december 19.166 46.519

De voorziening onrendabele investeringen en groot onderhoud betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Er is geen disconteringvoet gehanteerd, dit heeft echter nauwelijks effect op de contante waarde omdat voorziening ‘onrendabele investeringen en herstructureringen’ na circa één jaar vrijvalt.

De voorziening wordt voor zover mogelijk gesaldeerd gepresenteerd met de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (per 31 december 2020 € 10,1 miljoen).

Nieuwbouw Rode Dorp 27.584.400 
Nieuwbouw De Ampère 1.222.400 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 491.700 
Totaal 29.298.500 

6.8.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

(x € 1.000)

  2020 2019
Stand per 1 januari 0 420
     
Mutaties    
Dotatie 0 0
Onttrekking 0 -420
Totaal mutaties 0 -420
     
Stand per 31 december 0 0

De voorziening latente belastingverplichtingen wordt gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale waardering en de waardering van de vastgoedbeleggingen, onderhanden projecten in opdracht van derden en financiële activa en passiva in deze jaarrekening. De belastinglatenties zijn, indien van toepassing, contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet 2,0% (1,5% na vennootschapsbelasting). In 2019 zijn de belastinglatenties contant gemaakt tegen 2,295% (1,72% na vennootschapsbelasting).

Voor het ultimo balansdatum niet aangewende deel van de herinvesteringsreserve dient een voorziening voor latente belastingen gevormd te worden. Deze voorziening valt vrij met de toekomstige benutting van de herinvesteringsreserve. Een gevormde herinvesteringsreserve dient binnen drie boekjaren na het jaar van vorming te worden aangewend. De volledige herinvesteringsreserve is gedurende het boekjaar aangewend en bedraagt daardoor ultimo 2020 nihil; derhalve hoeft geen latente belastingverplichting te worden gevormd.

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  31/12/20     31/12/19  
  nominaal contant   nominaal contant
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 81.464 0   55.683 0
Vastgoedportefeuille (excl. verkoopprogramma) 7.405 0   3.649 0
           
  88.869 0   59.332 0

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille

Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert deze latentie contant tot nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)

Voor de nominale latente belastingverplichtingen is een voorziening gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). De contante waarde tendeert naar nihil omdat het realisatiemoment oneindig ver in toekomst ligt door gebruik van de herinvesteringsreserve (bij verkoopprogramma) en door het voornemen tot door-exploiteren (bij vastgoedportefeuille exclusief verkoopprogramma).

6.8.7 Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

(x € 1.000)

  2020 2019
Jubilea 75 70
Totaal overige voorzieningen 75 70

6.9 Langlopende schulden

(x € 1.000)

  2020       2021   2020     2019  
  Looptijd <5 jaar Looptijd >5 jaar Totaal   Aflossing   Langlopende schulden Rente-voet   Langlopende schulden Rente-voet
Overheid 0 28 28   -3   25     28  
Kredietinsteliingen 28.548 343.343 371.891   -14.299   357.592     328.590  
  28.548 343.371 371.919   -14.302   357.617 2,00%   328.618 2,30%
                       
Waarborgsommen 157 416 573   0   573 2,00%   520 2,00%
                       
Totaal 31 december 28.705 343.787 372.492   -14.302   358.190     329.138  

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Deze aflossingsverplichting bedraagt voor 2021 € 14,299 miljoen. In 2020 was dit € 8,3 miljoen. 

De marktwaarde van de bestaande leningcontracten exclusief roll-over leningen bedraagt € 501,9 miljoen. Dit bedrag is inclusief opgelopen rente van € 3,2 miljoen en inclusief het niet-opgenomen deel van een roll-over lening € 11,9 miljoen. De nominale waarde is € 383,8 miljoen (inclusief het niet-opgenomen bedrag van € 11,9 miljoen van de roll-over lening). Voor de toelichting op de financiële instrumenten wordt verwezen naar de paragraaf 5.4.12 Financiële instrumenten.

6.9.1 Schulden/leningen overheid

6.9.2 Schulden/leningen kredietinstellingen

(x € 1.000)

  Schulden/Leningen overheid Schulden/leningen kredietinstellingen Totaal
Stand per 1 januari 28 328.590 328.618
       
Ontvangsten wegens afgesloten leningen 0 69.101 69.101
       
Opname uit roll over 0 0 0
Aflossingen 2020 0 -25.800 -25.800
Aflossingen 2021 -3 -14.299 -14.301
       
Stand per 31 december 25 357.592 357.617

De gemiddelde rente van de hieronder begrepen leningen bedraagt 2,00% (2019: 2,30%). Het betreft hier alle leningen dus ook de roll-over leningen. De marktwaarde van de swaps bedraagt per 31 december 2020 negatief € 607.000 vanwege een lagere swaprente ultimo 2020.

Het WSW heeft voor een bedrag van € 383,8 miljoen aan leningen geborgd per 31 december 2020. Het geborgde bedrag is inclusief de aflossingsverplichting van 2021 (€ 14,3 miljoen).

In 2014 heeft (voorheen) wonenCentraal aan het WSW een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht verstrekt om recht van hypotheek te vestigen op het onderpand voor WSW geborgde leningen. In het Reglement van Deelneming is dit geregeld. Met deze volmacht is het WSW in staat om op een later gewenst moment over te gaan tot hypotheekvestiging zonder dat er op dat moment medewerking van de corporatie benodigd is.

Het WSW is bezig met een strategisch programma. De reden hiervoor zijn de aanspraken op het borgstelsel van het WSW. Het WSW wil zo naar de toekomst toe een voldoende robuust borgstelsel garanderen. Met het strategisch programma focust het WSW zich onder meer op goed geregelde zekerheden. Dat betekent dat het WSW een nieuwe volmacht gaat vragen aan de corporaties. Deze nieuwe volmacht gaat de oude vervangen. Begin 2021 is de stand van zaken dat er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden. Tot dat moment is de volmacht uit 2014 van toepassing.

6.9.3 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het verloop van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is:

(x € 1.000)

  2020 2019
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 6.399 6.837
Waardeverminderingen/vermeerderingen 790 913
Stand per 1 januari 7.189 7.750
     
Mutaties    
Verkochte woningen 311 541
Teruggekochte woningen -409 -979
Opwaarderingen 808 0
Afwaarderingen 0 -123
Totaal mutaties 710 -561
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 6.301 6.399
Waardeverminderingen/vermeerderingen 1.598 790
     
Eindstand per 31 december 7.899 7.189

6.9.4 Overige schulden

(x € 1.000)

  2020 2019
Overige schulden 573 520
     
Totaal overige schulden 573 520

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten met huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.

6.10 Kortlopende schulden

(x € 1.000)

  2020 2019
Schulden aan overheid 386 122
Schulden aan kredietinstellingen 14.299 11.262
Schulden aan leveranciers 5.117 4.723
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.740 1.923
Schulden ter zake van pensioenen 0 0
Overige schulden 0 0
Overlopende passiva 11.491 7.719
     
Totaal kortlopende schulden 33.033 25.749

In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht. Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

6.10.1 Schulden aan overheid

(x € 1.000)

  2020 2019
Aflossingsbestanddeel komend jaar 3 2
Nog te betalen aan gemeente Alphen aan den Rijn 383 120
     
Totaal schulden overheid 386 122

6.10.2 Schulden aan kredietinstellingen

(x € 1.000)

  2020 2019
Aflossingsbestanddeel komend jaar 14.299 8.251
Nog te betalen aan kredietinstellingen 0 14
Rekening courant verhouding bank (negatieve stand liquide middelen) 0 2.997
     
Totaal schulden kredietinstellingen 14.299 11.262

6.10.3 Schulden aan leveranciers

De schulden aan leveranciers zijn tegen de nominale waarde verantwoord.

6.10.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000)

  2020 2019
Omzetbelasting 1.561 1.715
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 179 208
     
Totaal schulden belastingen en premies sociale verzekeringen 1.740 1.923

6.10.7 Schulden ter zake van pensioenen

Niet van toepassing.

6.10.8 Overige schulden

Niet van toepassing.

6.10.9 Overlopende passiva

(x € 1.000)

  2020 2019
Transitorische rente 3.434 3.590
Transitorische kosten 6.173 2.176
Vooruit ontvangen huur 1.247 952
Te verrekenen servicekosten 323 712
Reservering vakantiedagen 314 289
     
Totaal overlopende passiva 11.491 7.719
     

In de transitorische kosten is een reservering voor uitgevoerde maar nog niet gefactureerde projecten (€ 5,2 miljoen) en de reservering voor het persoonlijk loopbaan budget voor personeelsleden opgenomen (€ 394.000).

6.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Investeringsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2020 € 35,6 miljoen aan verplichtingen voor nieuwbouwprojecten aangegaan.

Onderhoudsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2020 € 14,1 miljoen aan verplichtingen aangegaan op het gebied van nog uit te voeren onderhoud- en renovatiewerkzaamheden. Het is de verwachting dat deze werkzaamheden in 2020 worden uitgevoerd.

Lease en huurverplichtingen

Woonforte heeft per eind december de beschikking over vier leaseauto’s. Daarnaast zijn leasecontracten aangegaan voor multifunctionals.

In 2013 is (voorheen) wonenCentraal een huurovereenkomst aangegaan voor het kantoorpand Baronie. Op deze huurovereenkomst is in 2015 een allonge gekomen. De huurprijs is opgebouwd uit de componenten ‘huurprijs kantoor en parkeerplaatsen’ en ‘vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten’. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 20 jaar met een breakoptie in het tiende jaar.

De minimale huurlasten van de eerste 10 jaar plus de vergoeding voor afkoop van het contract zijn meegenomen als verplichtingen uit hoofde van operationele leases. De huurlasten van de tweede 10 jaar zijn voorwaardelijke lasten en uit dien hoofde buiten beschouwing gelaten bij de verplichtingen uit hoofde van operationele leases.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren:

Te betalen

(x € 1.000)

Binnen een jaar 377  
Tussen een jaar en vijf jaar 1.329  
Meer dan vijf jaar 0  

Het totaal van de naar verwachting te ontvangen toekomstige minimale sub-leaseontvangsten met betrekking tot niet (tussentijds) opzegbare sub-leases bedraagt € 0.

Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt:

(x € 1.000)

Minimale leasebetalingen 371  
Voorwaardelijke leasebetalingen 0  
Sub-leaseontvangsten 0  

Het betreft hier de kosten van de leasecontracten van vier leaseauto’s, de multifunctionals en de huurovereenkomst van het kantoorpand aan Baronie.

Pensioenverplichtingen

Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.

Obligo WSW

De corporaties die deelnemen aan het WSW staan voor elkaar in via een obligoverplichting. Het obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen.

Op grond hiervan is Woonforte verplicht een obligo (€ 14,8 miljoen) aan te houden van 3,85% van het nominale bedrag (€ 383,8 miljoen) waarvoor het WSW borgstelling heeft verleend. Zolang het risicovermogen van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichting van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Leningen

Per januari 2021 is Woonforte geen verplichting aangegaan voor leningen.

Saneringsheffing

Minister van Binnenlandse zaken heeft besloten om in 2020 geen bijdrage aan het saneringsfonds te vragen. Wel verzoekt het WSW om de komende vijf jaar 1% van de totale jaarhuur van woongelegenheden te reserveren voor betalingen aan het saneringsfonds in de toekomst.

Op basis van deze percentages en de geschatte jaarlijkse huursom verwacht de corporatie dat de heffing in de komende jaren als volgt zal zijn:

2021 735.000 
2022 751.000 
2023 764.000 
2024 783.000 
2025 820.000 

Deze heffing is niet als verplichting in de balans opgenomen.

Juridische claims

Eind 2020 liep er 1 claim. Deze claim betreft een dispuut met Ballast Nedam over werkzaamheden aan de Anna van Burenlaan. Met Ballast Nedam is inmiddels overeenstemming bereikt over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst (VSO). Zodra deze bestuurlijk ondertekend is, wordt met de herstelwerkzaamheden van een gebrek dat jaren geleden is ontstaan uit een eerder uitgevoerde renovatie. Naar verwachting vloeien hier geen kosten voor Woonforte uit voort.

Prestatieafspraken

Woonforte heeft met de Gemeente Alphen aan den Rijn meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen. In een ambitie-document uit 2017 zijn de meerjarige afspraken vastgelegd die de Gemeente Alphen aan den Rijn, de woningcorporaties Woonforte, Habeko Wonen en de huurdersorganisaties met elkaar hebben gemaakt voor de periode tot en met 2021, met een doorkijk naar 2026. Separaat worden elk jaar steeds jaarafspraken voor het eerstvolgende jaar vastgelegd. Hierin worden concrete afspraken met elkaar gemaakt over de prestaties die partijen van elkaar kunnen verwachten. Tezamen vormen het ambitiedocument en de jaarafspraken de prestatieafspraken.

7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

7.1 Huuropbrengsten

(x € 1.000)

  2020 2019
Woningen en woongebouwen 69.417 68.127
Overige woongelegenheden 1.646 1.661
Onroerende zaken niet zijnde woningen 2.414 2.290
Nettohuur opbrengsten 73.477 72.078
     
     
Huurderving wegens leegstand -547 -610
Huurderving wegens oninbaarheid -151 -126
Huurderving wegens verkopen -8 -9
Huurderving wegens projecten -69 -54
Mutatie voorziening dubieuze huurdebiteuren 24 47
  -751 -752
     
     
Totaal huuropbrengsten 72.726 71.326

In 2020 zijn de netto huuropbrengsten gewijzigd ten opzichte van 2019. De redenen hiervoor zijn:

  • Verhoging van de huren wegens algemene huurverhoging en wegens woningverbetering tot een bedrag van € 1,4 miljoen. De huurverhoging per 1 juli 2020 is vastgesteld op het inflatiepercentage van 2,6%, zowel voor de gereguleerde als geliberaliseerde contracten. Er is een afhankelijke huurverhoging doorgevoerd.
  • Het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen tot een bedrag van € 225.000.
  • Het uit exploitatie gaan van woningen door verkopen en sloop van Rode Dorp 1e fase € 89.000.
  • En correctie op de huur van Hoflaan van € 154.000.

De opbrengsten zijn volledig in de gemeente Alphen aan den Rijn gerealiseerd. De post ‘huurderving wegens verkopen’ heeft betrekking op derving in verband met leegstand van de te verkopen eenheden. De post ‘huurderving wegens projecten’ heeft betrekking op derving in verband met lopende (groot-) onderhoudsprojecten.

7.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000)

  2020 2019
Overige goederen, leveringen en diensten 5.511 5.061
Vergoedingsderving wegens leegstand -72 -50
Vergoedingsderving wegens oninbaarheid -2 -1
Warmtewet 0 100
Te verrekenen raming -323 -712
     
Totaal opbrengsten servicecontracten 5.114 4.398

In 2020 zijn de opbrengsten servicecontracten gestegen met € 716.000. Dit komt door de afwikkeling servicekosten 2019 € 616.000 en de per ingang van 1 januari 2020 afgeschafte warmtewet € 100.000.

7.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000)

  2020 2019
Lasten servicecontracten -4.457 -4.706
     
Totaal lasten servicecontracten -4.457 -4.706

Vanaf 1 januari 2020 berekent Woonforte geen buurtbeheerderskosten meer door aan de huurders (met uitzondering Hof van Alfen en De Jozef). Hierdoor vallen de lasten servicecontracten ten opzichte van 2019 lager uit.

7.5 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(x € 1.000)

  2020 2019
Personeelskosten toegerekend aan verhuur en beheeractiviteiten -3.329 -3.535
Afschrijvingen -250 -237
Overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.728 -1.539
Opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten 110 127
     
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.197 -5.184

7.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000)

  2020 2019
Personeelskosten toegerekend aan verhuur en beheeractiviteiten -2.473 -2.434
     
Dagelijks onderhoud    
Klachtenonderhoud -3.218 -3.079
Mutatieonderhoud -3.416 -4.389
Klantgestuurd onderhoud -2.960 0
Totaal dagelijks onderhoud -9.594 -7.468
     
Planmatig onderhoud    
Contractonderhoud -2.718 -2.459
Basisonderhoud -6.052 -7.939
Totaal planmatig onderhoud -8.770 -10.398
     
Renovatieprojecten -1.635 -1.542
Bijdrage aan verenigingen van eigenaren -1.915 -2.052
Overige lasten onderhoudsactiviteiten -1.237 -1.409
     
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -25.624 -25.304

Naast de bovenstaande lasten onderhoudsactiviteiten is geïnvesteerd vanuit dagelijks onderhoud voor € 0,2 miljoen (2019: € 6,4 miljoen), vanuit planmatig onderhoud voor € 2,0 miljoen (2019: € 3,4 miljoen) en vanuit renovatie- en verbeteringsprojecten voor € 29,9 miljoen (2019: € 14,8 miljoen).

In de kosten van dagelijks onderhoud is een bedrag van € 110.800 in mindering gebracht voor door te belasten kosten aan derden (in 2019: € 98.300).

7.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000)

  2020 2019
Belastingen (OZB, waterschapslasten) -2.276 -2.233
Verzekeringen -486 -373
Verhuurderbijdrage huurcommissie -24 -23
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -88 -128
Verhuurderheffing -8.722 -7.879
Maatschappelijke bijdrage – bijdrage Schoutenhuis -30 -30
     
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -11.626 -10.666

In 2020 is de verhuurderheffing gestegen. Dit komt door gestegen WOZ-waarde, meer woningen met heffing, gestegen tarief en minder aftrek subsidie.

7.9 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000)

  2020 2019
Lonen en salarissen -5.815 -5.606
Sociale lasten -886 -922
Pensioenlasten -1.008 -914
     
Totaal lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten -7.709 -7.442
  2020 2019
Feitelijke personeelsbezetting in fte's per 31 december: 99,95 103,4
Gemiddelde personeelsbezetting boekjaar 101,9 101,4
Gemiddeld salaris per fte (x € 1.000) 57,1 55,3

Werknemers

Gedurende het jaar 2020 had de corporatie gemiddeld 102 werknemers in dienst (2019: 101). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Per hoofdafdeling is dat:

Totaal afdeling Vastgoed 25,5
Totaal afdeling Directie en Staf 14,8
Totaal afdeling Financiën & Bedrijfsvoering 18,2
Totaal afdeling Wonen 44

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2019: 0).

7.10 Afschrijvingen

(x € 1.000)

  2020 2019
Afschrijvingen onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie -568 -515
     
Totaal afschrijvingen -568 -515

De niet-direct toerekenbare afschrijvingen van € 568.000 worden via een verdeelstaat verdeeld over de activiteiten (lasten verhuur- en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten).

7.11 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:       

Accountantshonoraria 2020

(x € 1.000)

  BDO Audit & Assurance B.V. BDO Accountants NV BDO Executive Academy Totaal accountants- honoraria
Controle van de jaarrekening -111 0 0 -111
Controle van de dVi (andere controleopdrachten) -12 0 0 -12
Fee voor over niet-controle-opdrachten 0 0 0 0
Totaal accountantshonoraria -123 0 0 -123

Accountantshonoraria 2019

(x € 1.000)

  BDO Audit & Assurance B.V. BDO Accountants NV BDO Executive Academy Totaal accountants- honoraria
Controle van de jaarrekening -118 0 0 -118
Controle van de dVi (andere controleopdrachten) -12 0 0 -12
Fee voor over niet-controle-opdrachten -24 0 -1 -25
Totaal accountantshonoraria -154 0 -1 -155

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij Woonforte zijn uitgevoerd door onafhankelijke accountantsorganisaties en externe onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties), als ook door binnenlandse en buitenlandse onafhankelijke accountantskantoren, inclusief hun fiscale afdelingen en adviesafdelingen. De verantwoorde honoraria stemmen overeen met de overeengekomen fees inclusief eventueel meerwerk.

7.12 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2020 2019
Opbrengst verkopen o.b.v. taxatiewaarde 1.422 1.145
Overige opbrengst verkopen 0 50
Verleende korting zittende huurders 0 -12
Opbrengst verkopen bestaand bezit 1.422 1.183
     
Overige verkoopkosten -37 -25
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.385 1.158
     
Personeelskosten toegerekend aan verkoop -87 -111
Afschrijvingen toegerekend aan verkoop -6 -5
Overige toegerekende organisatiekosten -38 -12
Toegerekende organisatiekosten -131 -128
     
Boekwaarde verkopen bestaand bezit -1.148 -835
     
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 106 195

Gedurende 2020 zijn 7 woningen, 6 garages en 4 kelders verkocht aan natuurlijke personen.  In 2019 waren dit 7 woningen, 2 garages en 4 kelders.

7.13 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2020 2019
Waardemutaties vastgoedportefeuille -8.052 -2.958
Afwaardering grondpositie agv lagere actuele waarde 0 0
Terugname afwaardering 955 0
Onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten -492 -50.010
Terugname onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten 12.656 1.067
     
Totaal overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 5.067 -51.901

De verwerking van woningverbeteringen leidt in 2020 tot waardemutaties in de vastgoedportefeuille.

Woonforte heeft gekozen om de waardeverminderingen die zijn ontstaan door nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in zonnepanelen, woningverbetering en verbeteringen planmatig onderhoud en/of herstructurering met betrekking tot bezit in (of bestemd voor) eigen exploitatie, de zogenaamde onrendabele toppen ten laste van de overige waardeveranderingen te brengen. In 2020 is € 7,9 miljoen als onrendabele top onder de overige waardeveranderingen gebracht.

Tevens is in 2020 een desinvestering van € 0,2 miljoen voor keukens, badkamers en toiletten onder de overige waardeveranderingen verantwoord. Dit is een afname van € 2,8 miljoen ten opzichte van 2019 (€ 3,0 miljoen). De reden voor de afname is dat het Klantgestuurd Onderhoud (KGO) conform de nieuwe richtlijn (RJ645.202) niet meer geactiveerd wordt maar direct ten laste van lasten onderhoudsactiviteiten wordt gebracht.

In 2020 is voor nieuwbouw- en voor renovatieprojecten die doorlopen naar 2021 een voorziening onrendabele top opgenomen. Voor een aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten is sprake van een terugname van eerder verantwoorde onrendabele toppen als gevolg van een stijging van de marktwaarde. Het gaat om de projecten:

Sloop Hellenbroeckstraat -384.200
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat -107.600
Subtotaal -491.800
     
Sloop Rode Dorp -2.983.500
Nieuwbouw Rode Dorp 5.832.100
Nieuwbouw Barones 427.400
Renovatieproject Lauwers 420.400
Renovatieproject Akkerwinde/Boterbloemweg 8.960.100
Subtotaal   12.656.500 
     
Nieuwbouw De Ampère 955.000
     

7.14 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2020 2019
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 112.512 116.293
     
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 112.512 116.293

De waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

7.15 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

(x € 1.000)

  2020 2019
Waardeveranderingen vastgoed verkocht onder voorwaarden 109 -9
     
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 109 -9

In 2020 is op basis van taxaties de waarde van de woningen onder de VOV-regeling bepaald. In 2020 hebben de DAEB-woningen een waardestijging van 28,7% (2019: 3% ) en de niet-DAEB-woningen een waardestijging van 12% (2019: -4%)

7.16 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2020 2019
Opbrengsten beheeractiviteiten 246 399
Overige opbrengsten 0 0
     
Totaal opbrengsten overige activiteiten 246 399

Het betreft hier opbrengsten uit beheer voor derden (beheervergoeding), de opbrengsten van service abonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer. De in rekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten aan nieuwe huurders worden ook onder de opbrengsten uit overige activiteiten verantwoord alsmede opbrengsten van Verkoop Onder Voorwaarden.

7.17 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2020 2019
Overige kosten -207 -292
     
Totaal kosten overige activiteiten -207 -292

Onder de kosten zijn het Verzekerd Beheer en Onderhoud, het eigen risicogedeelte verzekeringen en kosten serviceabonnementen opgenomen, alsmede de kosten die gemaakt worden in het kader van de EPV-vergoedingen (zonnepanelen) en de kosten van Verkoop Onder Voorwaarden.

7.18 Overige organisatiekosten

(x € 1.000)

  2020 2019
Personeelskosten toegerekend aan overige organisatiekosten -1.562 -1.620
Overige organisatiekosten -1.097 -1.010
     
Totaal overige organisatiekosten -2.659 -2.630

7.19 Leefbaarheid

(x € 1.000)

  2020 2019
Personeelskosten toegerekend aan leefbaarheid -909 -678
Lasten leefbaarheid -302 -290
     
Totaal leefbaarheid -1211 -968

De leefbaarheidskosten per DAEB-woongelegenheid zijn € 120 (2019: € 96). Dit is binnen de norm van 131,37 (prijspeil 2020, zie art.51 BTIV).

In 2020 zijn er meer personeelskosten toegerekend aan leefbaarheid dan in 2019. Dit komt omdat er, op een enkel complex na, geen personeelskosten van buurtbeheerders meer aan de huurders worden doorberekend (servicekosten).

7.20 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000)

  2020 2019
Kredietinstellingen 0 0
Overige vorderingen 7 3
     
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 7 3

7.21 Rentelasten en soortgelijke kosten

  2020 2019
Leningen overheid/kredietinstellingen -7.606 -7.895
Rente tijdens de bouw 31 10
Overige schulden -3 -30
     
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -7.578 -7.915

In 2020 is een bedrag van € 31.300 in mindering gebracht op de rentelasten en geactiveerd voor het nieuwbouwproject Waterrijk West/Brederodepeer, nieuwbouwproject De Ampère en nieuwbouwproject Weegbree. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5%.

7.22 Belastingen

  2020 2019
Acute belasting -2.746 -2.677
Latente belastingen 11 -6.798
     
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -2.735 -9.475

De acute belasting bestaat uit de volgende posten:

Vennootschapsbelasting 2020 3.652.000  
Aanpassing vennootschapsbelasting 2019 -906.000  
Totale acute last 2.746.000  

De latente belastingen bestaan uit:

Beginsaldo 2020 725.000
EIndsaldo 2020 -736.000
Subtotaal -11.000
     
Totaal 2.735.000

De belastinglast (€ 2.735.000) uitgedrukt als percentage van het jaarresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen (€ 137.328.000) bedraagt 2%.

Het belastbaar bedrag over het jaar 2020 is als volgt vanuit het bedrijfseconomisch resultaat herleid:

     
Bedrijfseconomisch resultaat voor belastingen   137.328
Af:    
Fiscaal lagere rente-activering ter zake van projecten -25  
Fiscaal hogere onderhoudskosten -10.833  
Dotatie aan de herinvesteringsreserve -494  
Fiscaal geen waardeveranderingen -117.688  
Fiscaal hogere afschrijving MVA in exploitatie -2.464  
Fiscale afschrijving zonnepanelen -659  
Per saldo afschrijving agio/disagio leningen o/g -73  
    -132.236
Bij:    
Fiscaal niet aftrekbare rente 2.665  
Fiscaal lagere afschrijving MVA ten dienste van 25  
Fiscale verkoopresultaat 252  
Opwaardering verhuurd vastgoed 8.122  
    11.064
Fiscale winst 2020   16.156
Af: verliesverrekening   -1.546
Belastbaar bedrag 2020   14.610

Op basis van het bovenstaande wordt het fiscaal resultaat 2020 ingeschat op € 14.610.000. De acute vennootschapsbelasting over het jaar 2020 bedraagt derhalve € 3.652.000.

De effectieve belastingdruk is circa 2,0% t.o.v. van een nominale belastingdruk van 25%. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen vastgoedportefeuille die commercieel wel maar fiscaal niet tot de winst worden gerekend (- 22,8%).

9. Toelichting op de balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2020

9.1 Toelichting en balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2020

  31/12/20       31/12/19      
Vaste activa DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
Vastgoedbeleggingen                
DAEB-vastgoed in exploitatie 1.561.464 0 0 1.561.464 1.436.858 0 0 1.436.858
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 0 121.614 0 121.614 0 115.326 0 115.326
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.527 5.571 0 8.098 2.142 5.137 0 7.279
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 14.044 2.338 0 16.382 8.560 704 0 9.264
                 
                 
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.585 194 0 2.779 2.803 247 0 3.050
                 
Financiële vaste activa                
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 94.218 0 -94.218 0 84.413 0 -84.413 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 32.000 0 -32.000 0 32.000 0 -32.000 0
Latente belastingvorderingen 677 59 0 736 667 58 0 725
Te vorderen BWS-subsidies 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige vorderingen 2 0 0 2 2 0 0 2
                 
Totaal vaste activa 1.707.517 129.776 -126.218 1.711.075 1.567.445 121.472 -116.413 1.572.504
                 
Vlottende Activa                
Voorraden                
Vastgoed bestemd voor de verkoop 0 0 0 0 0 0 0 0
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 0 0 0 0 0 312 0 312
Overige voorraden 0 0 0 0 0 0 0 0
                 
Vorderingen                
Huurdebiteuren 1.228 92 0 1.320 1.253 109 0 1.362
Vorderingen op groepsmaatschappijen 0 0 0 0 0 0 0 0
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.005 422 0 6.427 3.839 334 0 4.173
Overige vorderingen 195 18 0 213 422 36 0 458
Overlopende activa 438 50 0 488 219 17 0 236
                 
Liquide middelen                
Liquide middelen 1.474 2.535 0 4.009 196 1.139 -1.139 196
                 
                 
Totaal vlottende activa 9.340 3.117 0 12.457 5.929 1.947 -1.139 6.737
                 
Totaal activa 1.716.857 132.893 -126.218 1.723.532 1.573.374 123.419 -117.552 1.579.241
  31/12/20       31/12/19      
Passiva DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal
                 
Eigen Vermogen                
Herwaarderingsreserve 955.918 70.467 -70.467 955.918 863.851 65.334 -65.334 863.851
Overige reserves 214.658 13.946 -13.946 214.658 233.161 10.346 -10.346 233.161
Resultaat boekjaar 134.593 9.805 -9.805 134.593 73.564 8.733 -8.733 73.564
                 
Voorzieningen                
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 19.166 0 0 19.166 45.652 867 0 46.519
Voorziening latente belastingverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige voorzieningen 70 5 0 75 64 6 0 70
                 
Langlopende Schulden                
Schulden/leningen overheid 25 0 0 25 28 0 0 28
Schulden/leningen kredietinstellingen 357.592 0 0 357.592 328.590 0 0 328.590
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 32.000 -32.000 0 0 32.000 -32.000 0
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.428 5.471 0 7.899 2.109 5.080 0 7.189
Waarborgsommen 445 128 0 573 391 129 0 520
                 
Kortlopende Schulden                
Schulden aan overheid 386 0 0 386 122 0 0 122
Schulden aan kredietinstellingen 14.299 0 0 14.299 12.401 0 -1.139 11.262
Schulden aan leveranciers 4.759 358 0 5.117 4.345 378 0 4.723
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 0 0 0 0 0 0 0
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.618 122 0 1.740 1.771 152 0 1.923
Schulden terzake van pensioenen 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige schulden 0 0 0 0 0 0 0 0
Overlopende passiva 10.900 591 0 11.491 7.325 394 0 7.719
                 
Totaal passiva 1.716.857 132.893 -126.218 1.723.532 1.573.374 123.419 -117.552 1.579.241

9.2 Toelichting op de Winst- en verliesrekening scheiding DAEB en niet-DAEB over 2020

  31/12/20       31/12/19      
Winst- en verliesrekening DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten 66.929 5.797 0 72.726 65.578 5.748 0 71.326
Opbrengsten servicecontracten 4.899 215 0 5.114 4.225 173 0 4.398
Lasten servicecontracten -4.128 -329 0 -4.457 -4.477 -229 0 -4.706
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.824 -373 0 -5.197 -4.759 -425 0 -5.184
Lasten onderhoudsactiviteiten -24.381 -1.243 0 -25.624 -23.870 -1.532 0 -25.402
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -11.270 -356 0 -11.626 -10.316 -350 0 -10.666
Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 27.225 3.711 0 30.936 26.381 3.385 0 29.766
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.063 1.113 -791 1.385 1.253 1.051 -1.146 1.158
Toegerekende organisatiekosten -121 -10 0 -131 -118 -10 0 -128
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.645 -294 791 -1.148 -907 -1.074 1.146 -835
Netto-gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -703 809 0 106 228 -33 0 195
                 
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 4.917 150 0 5.067 -51.209 -692 0 -51.901
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 106.130 6.382 0 112.512 108.262 8.031 0 116.293
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 66 43 0 109 4 -13 0 -9
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 111.113 6.575 0 117.688 57.057 7.326 0 64.383
                 
Opbrengsten overige activiteiten 230 16 0 246 456 41 0 497
Kosten overige activiteiten -159 -48 0 -207 -134 -158 0 -292
Nettoresultaat overige activiteiten 71 -32 0 39 322 -117 0 205
                 
Overige organisatiekosten -2.467 -192 0 -2.659 -2.424 -206 0 -2.630
Leefbaarheid -1.137 -74 0 -1.211 -905 -63 0 -968
                 
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 806 1 -800 7 803 0 -800 3
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.578 -800 800 -7.578 -7.913 -802 800 -7.915
Saldo financiële baten en lasten -6.772 -799 0 -7.571 -7.110 -802 0 -7912
                 
Resultaat voor belastingen 127.332 9.996 0 137.328 73.549 9.490 0 83.039
Belastingen -2.544 -191 0 -2.735 -8.718 -757 0 -9.475
Resultaat deelnemingen 9.805 0 -9.805 0 8.733 0 -8.733 0
Resultaat na belastingen 134.593 9.805 -9.805 134.593 73.564 8.733 -8.733 73.564

9.3 Toelichting op de kasstroomoverzicht scheiding DAEB en niet-DAEB over 2020

A Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  31/12/20       31/12/19      
(A) Operationele activiteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
                 
Ontvangsten                
Zelfstandige huurwoningen DAEB 64.764 0 0 64.764 63.097 0 0 63.097
Zelfstandige huurwoningen niet-DAEB 0 4.534 0 4.534 0 4.401 0 4.401
Onzelfstandige huurwoningen DAEB 769 0 0 769 534 0 0 534
Onzelfstandige huurwoningen niet-DAEB 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige niet-woongelegenheden DAEB 1.592 0 0 1.592 2.101 0 0 2.101
Overige niet-woongelegenheden niet-DAEB 0 1.545 0 1.545 0 1.199 0 1.199
Vergoedingen 3.944 319 0 4.263 3.543 309 0 3.852
Overige bedrijfsontvangsten 457 30 0 487 451 40 0 491
Renteontvangsten (exclusief interne lening) 0 0 0 0 0 0 0 0
Renteontvangsten interne lening 800 0 -800 0 800 0 -800 0
Saldo ingaande kasstromen 72.326 6.428 -800 77.954 70.526 5.949 -800 75.675
                 
Uitgaven                
Personeelsuitgaven -7.242 -585 0 -7.827 -6.800 -592 0 -7.392
Onderhoudsuitgaven -22.208 -973 0 -23.181 -21.221 -1.354 0 -22.575
Overige bedrijfsuitgaven -11.227 -889 0 -12.116 -12.990 -1.129 0 -14.119
Rente-uitgaven (exclusief interne lening) -7.781 0 0 -7.781 -8.231 0 0 -8.231
Rente-uitgaven interne lening 0 -800 800 0 0 -800 800 0
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -55 -2 0 -57 0 0 0 0
Verhuurderheffing -8.575 -147 0 -8.722 -7.720 -159 0 -7.879
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -188 -17 0 -205 -197 -18 0 -215
Vennootschapsbelasting -4.625 -375 0 -5.000 -6.383 -555 0 -6.938
Saldo uitgaande kasstromen -61.901 -3.788 800 -64.889 -63.542 -4.607 800 -67.349
                 
Kasstroom uit operationele activiteiten 10.746 2.319 0 13.065 6.984 1.342 0 8.326

B (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  31/12/20       31/12/19      
B (Des)investeringsactiviteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
MVA ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet-woongelegenheden 1.088 1.690 -791 1.987 1.498 1.056 -1.146 1.408
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi-periode 0 0 0 0 0 551 0 551
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet-woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0 0 0 0 0
Tussentelling ingaande kasstroom MVA 1.088 1.690 -791 1.987 1.498 1.607 -1.146 1.959
                 
MVA uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur, woon- en niet-woongelegenheden -11.027 -670 0 -11.697 -19.658 0 0 -19.658
Woningverbetering, woon- en niet-woongelegenheden -28.146 -1.649 0 -29.795 -17.293 -1.302 0 -18.595
Aankoop woon- en niet-woongelegenheden -1.478 0 791 -687 -1.062 -133 1.146 -49
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -226 -259 0 -485 -166 -871 0 -1.037
Sloop -336 0 0 -336 0 0 0 0
Investeringen overig -267 -22 0 -289 -229 -20 0 -249
Externe kosten bij verkoop -35 -12 0 -47 -20 -11 0 -31
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA -41.515 -2.612 791 -43.336 -38.428 -2.337 1.146 -39.619
                 
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -40.427 -922 0 -41.349 -36.930 -730 0 -37.660
                 
FVA                
Ontvangsten overig 45 0 0 45 -14 0 0 -14
Uitgaven overig 0 0 0 0 -1 -2 0 -3
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 45 0 0 45 -15 -2 0 -17
                 
Kasstroom uit (des)investeringen -40.382 -922 0 -41.304 -36.945 -732 0 -37.677

C Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  31/12/20       31/12/19      
C Financieringsactiviteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
Ingaand                
Nieuwe door WSW-geborgde leningen 56.800 0 0 56.800 42.000 0 0 42.000
                 
Uitgaand                
Aflossing door WSW geborgde leningen -21.751 0 0 -21.751 -16.456 0 0 -16.456
                 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 35.049 0 0 35.049 25.544 0 0 25.544
                 
Mutatie liquide middelen 1.278 1.396 1.139 3.813 -1.420 610 0 -810
Mutatie liquide middelen kort geld 2.997   0 2.997 -2.997 0 0 -2.997
                 
Liquide middelen per 1-1 196 1.139 -1.139 196 477 529 0 1.006
                 
Liquide middelen per 31-12 1.474 2.535   4.009 196 1.139 -1.139 196

10. WNT-verantwoording

De WNT is van toepassing op Stichting Woonforte. Het voor Woonforte toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 €189.000. Het betreft hier het bezoldigingsmaximum voor woningcorporaties, klasse G.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog vier jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2020

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 127.076
Beloningen betaalbaar op termijn 22.319
Bezoldiging 149.395
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 189.000
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
   
Bezoldiging 149.395
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Gegevens 2019

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/12 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 10.487
Beloningen betaalbaar op termijn 1.735
Bezoldiging 12.223
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 15.543
   
Bezoldiging 12.223

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2020

bedragen x € 1

  E. Kemperman P.J.M. Brackel- Burgemeester A.A.H.M. de Bresser
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 28/2
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.118 12.079 2.013
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 28.350 18.900 3.047
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 18.118 12.079 2.013
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
  F.A.M. Ponsioen P.G. de Bois M. Buis
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 – 30/6 1/1 – 31/12 28/9 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 6.040 12.079 0
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 9.398 18.900 4.906
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 6.040 12.079 0
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
  F.B. Geers    
Functiegegevens Lid    
Aanvang en einde functievervulling in 2020 28/9­–1/12    
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 3.020    
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 4.906    
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.    
Bezoldiging 3.020    
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.    
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.    

Gegevens 2019

bedragen x € 1

  E. Kemperman P.J.M. Brackel- Burgemeester A.A.H.M. de Bresser
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/9 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 5.436 10.873 10.872
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 9.175 18.300 18.300
  F.A.M. Ponsioen P.G. de Bois  
Functiegegevens Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/2 – 31/12 1/1 – 31/12  
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 10.873 10.872  
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 18.300 18.300  
F.B. Geers    
Functiegegevens    
Aanvang en einde functievervulling in 2020    
     
Bezoldiging    
Bezoldiging    
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum    

2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Gebeurtenissen na balansdatum

Eenmalige huurverlaging

Door een wijziging van de Wet Maatregelen Woningmarkt en de Woningwet zijn corporaties verplicht om in 2021 een eenmalige huurverlaging in te voeren voor huurders met een laag inkomen EN een voor dat inkomen hoge huur.

Dit betekent dat huurders recht krijgen op huurverlaging wanneer hun inkomen onder de inkomensgrens van passend toewijzen ligt en zij een huur hebben die hoger is dan de voor hen van toepassing zijnde aftoppingsgrens. Hiermee sluit het wetsvoorstel aan op het beleid van passend toewijzen van gereguleerde huurwoningen bij woningcorporaties.

In hetzelfde wetsvoorstel is ook geregeld, dat de huurder daarnaast ook zelf kan verzoeken om een huurverlaging. Dan moet de huurder gegevens bijvoegen waaruit blijkt dat het inkomen in de laatste zes maanden voorafgaande aan het verzoek lager was dan de toepasselijke inkomensgrens voor passend toewijzen.

De nieuwe wetgeving leidt tot de volgende prognose van de huurkasstroom in vergelijking met de begroting 2021.

Huurkasstroom

(x 1.000)

  2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Huurkasstroom MJB 2021 73.516 75.055 76.366 78.306 82.031 83.360 85.496 87.462 89.615 91.964
                     
Jaarrekening 2020, realisatie huur per 31-12 en jaarwissel 73.320 74.854 76.243 77.987 81.622 82.918 85.008 86.951 89.085 91.429
1. impact realisatie 2020 * -196 -201 -123 -319 -409 -442 -488 -511 -530 -535
                     
Scenario met huurbevriezing 2021 van gereguleerde woningen 72.972 74.178 75.608 77.391 81.062 82.390 84.509 86.480 88.641 91.007
2. impact huurbevriezing 2021 ** -348 -676 -635 -596 -560 -528 -499 -471 -444 -422
                     
Scenario met huurbevriezing én eenmalige huurverlaging 72.545 73.773 75.221 77.021 80.709 82.052 84.186 86.171 88.342 90.717
Effect simulatie -427 -405 -387 -370 -353 -338 -323 -309 -299 -290
correctie 1e 4 maanden (dit is niet te simuleren in Wals) 142                  
3. impact huurverlaging 2021 *** -285 -405 -387 -370 -353 -338 -323 -309 -299 -290
                     
totale impact 1, 2 en 3 -829 -1.282 -1.145 -1.285 -1.322 -1.308 -1.310 -1.291 -1.273 -1.247
Stelpost huurverlaging al opgenomen in begroting 2021 (ca. 600 K per jaar) -614 -621 -627 -637 -650 -663 -676 -690 -705 -719
totale extra impact huur ten opzichte van begroting 2021 -215 -661 -518 -648 -672 -645 -634 -601 -568 -528
                     
Nieuwe prognose huur, februari 2021 73.301 74.394 75.848 77.658 81.359 82.715 84.862 86.861 89.047 91.436

Ontwikkelingen rondom Vestia

Tijdens het Aedescongres is gestemd over het Vestia-(herstel)plan. Het plan bestaat uit drie delen:

  1. Vestia ruilt dure leningen met goedkopen leningen van andere corporaties.
  2. Het Rijk draagt bij aan het financieel herstel van Vestia.
  3. Vestia wordt gesplitst in drie kleine, sobere corporaties die de kerngemeenten zullen bedienen.

De technische uitwerking, met de gewenste tijdslijnen, is echter uitdagend. Ondanks dat andere oplossingsrichtingen mogelijk eenvoudiger uit te voeren zijn, is het uitnemen van leningen bij Vestia onlosmakelijk verbonden met het financieel herstel van Vestia. Op dit moment is de corporatiebranche in afwachting van het concrete voorstel waar de koepelorganisatie Aedes mee gaat komen. Het initiatief voor de verdere uitwerking van het Vestia-plan ligt op dit moment bij Aedes.

Corporaties is gevraagd een bestuursverklaring af te geven voor de (financiële) bijdrage aan het herstel van Vestia.

11. Ondertekening

Akkoord

Alphen aan den Rijn, 25 mei 2021
 

Bestuur:

 
 

____________________

M.F. Brewster
Directeur-bestuurder

Raad van Commissarissen:

 
 

____________________

Drs. E. Kemperman MBA   
Voorzitter

 
 

____________________

Ir. P.G. de Bois MSC
Lid

 
 

____________________

Mr. P.J.M. Brackel-Burgemeester
Vice-voorzitter

 
 

____________________

Ing. F.B. Geers
Lid (vanaf 28/9)

 
 

____________________


Drs. M. Buis
Lid (vanaf 28/9)

 
 

____________________


M. Souverijn AA
Lid (vanaf 1 januari 2021)

 

Volgend hoofdstuk: Overige gegevens